Art. 37.

§ 1

Met toepassing van artikel 26, derde lid, bevat het definitief vastgestelde projectbesluit in voorkomend geval een herkenbaar onderdeel dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan. Dat onderdeel wordt al naargelang de overheid die het projectbesluit vaststelt, beschouwd als:
een definitief vastgesteld gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan;
een goedgekeurd provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan;
een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Het herkenbare onderdeel dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan, vervangt, voor het grondgebied waarop het betrekking heeft, de voorschriften van de plannen van aanleg en de ruimtelijke uitvoeringsplannen, tenzij het projectbesluit het uitdrukkelijk anders bepaalt.

§ 2

Na de inwerkingtreding van het projectbesluit kunnen de overeenkomstig de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevoegde planningsniveaus het onderdeel dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan, geheel of gedeeltelijk vervangen binnen hun eigen planningsbevoegdheden. In voorkomend geval wordt daarbij het beginsel dat lagere ruimtelijke uitvoeringsplannen niet mogen afwijken van hogere ruimtelijke uitvoeringsplannen, vermeld in [artikel 2.2.12, § 1, derde lid, en artikel 2.2.18, § 1, derde lid], van de voormelde codex, buiten toepassing gelaten.