Afdeling 1.
Inrichtingswerken


Art. 2.1.1.
Om het doel van een landinrichtingsproject of een project, plan of programma te realiseren, kunnen de instanties en de personen, vermeld in artikel 3.3.7 tot en met 3.3.9, inrichtingswerken uitvoeren.
Inrichtingswerken die uitgevoerd kunnen worden zonder instemming van degene die persoonlijke of zakelijke rechten heeft op het terrein en die gedoogd moeten worden, worden inrichtingswerken uit kracht van wet genoemd. Inrichtingswerken die verband houden met landschapszorg, natuurontwikkeling, recreatie, natuureducatie, waterhuishouding, milieuverbeteringen, natuurtechnische milieubouw, het verbeteren van de landbouwstructuur, conservering van archeologische en cultuurhistorische overblijfselen, alsook werken aan waterlopen, wegen en wegenpatroon en grondwerken kunnen uitgevoerd worden uit kracht van wet voor zover zij het openbaar nut dienen.
In voorkomend geval is een vergoeding verschuldigd wegens schade tijdens de uitvoering van de werken of als de werken hinderlijk zijn voor het genot van de gronden. Het agentschap stelt die vergoeding vast en keert ze dadelijk uit. Bij betwisting stelt de rechter de vergoeding vast.

Art. 2.1.2.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inrichtingswerken die kunnen worden uitgevoerd met toepassing van dit decreet.