Onderafdeling 2.
Op te maken stukken

Art. 2.1.23.
De landcommissie omschrijft het blok en maakt de lijst van de vroegere percelen en de lijst van de rechthebbenden op. Daarvoor worden de volgende lijsten en het volgend plan opgemaakt op basis van de kadastrale gegevens en andere beschikbare gegevens:
een perceelsplan met de vroegere percelen en het openbaar domein die behoren tot het blok;
een lijst van de vroegere percelen met van elk perceel de oppervlakte, het bestemmingsgebied dat van kracht is in de ruimtelijke ordening, de eigenaars, vruchtgebruikers en de gebruikers;
een lijst van de eigenaars en vruchtgebruikers met per eigenaar en vruchtgebruiker zijn vroegere percelen met vermelding van het bestemmingsgebied dat van kracht is in de ruimtelijke ordening;
een lijst van de gebruikers met per gebruiker zijn vroegere percelen met vermelding van het bestemmingsgebied dat van kracht is in de ruimtelijke ordening.
Voor de opmaak van de lijsten vraagt de landcommissie per beveiligde zending aan de eigenaars, vruchtgebruikers of verpachters binnen dertig dagen mededeling te doen van de naam en het adres van de gebruikers, van de door ieder van hen in bedrijf genomen oppervlakten en van elke andere inlichting die de landcommissie nuttig acht. Zo niet kan de landcommissie de nodige opzoekingen doen op kosten van de in gebreke gebleven eigenaars, vruchtgebruikers en verpachters.
De landcommissie gaat zo nodig over tot afpaling van de blokgrens. Van het plan van afpaling wordt per beveiligde zending kennis gegeven aan de eigenaars van de percelen die aan weerszijden van de blokgrens liggen en bij de afpaling betrokken zijn.
Binnen vijftien dagen na de kennisgeving kunnen de voormelde eigenaars bij beveiligde zending gericht aan de landcommissie de afpaling betwisten. De landcommissie dagvaardt bij betwisting de betrokken eigenaars voor de rechter om een gerechtelijke afpaling te verkrijgen.
Over de omschrijving van het blok, de lijst van de vroegere percelen en de lijst van de rechthebbenden wordt een raadpleging van rechthebbenden, vermeld in onderafdeling 6, gehouden.

Art. 2.1.24.
De landcommissie bepaalt de toestand voor herverkaveling, hierna de inbreng te noemen. De landcommissie maakt daarvoor de classificatie volgens hun ruilwaarde en volgens hun gebruikswaarde op van het geheel van de onroerende goederen die bij de herverkaveling zijn betrokken. De volgende lijsten en de volgende plannen worden opgemaakt op basis van de kadastrale gegevens en andere beschikbare gegevens:
een lijst van de eigenaars en vruchtgebruikers met per eigenaar en per vruchtgebruiker:
de ruilwaarde van elk vroeger perceel;
de totale ruilwaarde van alle vroegere percelen van de eigenaar en van de vruchtgebruiker;
een classificatieplan met aanduiding van de gebruikswaardezones, gevormd door het groeperen van percelen met dezelfde gebruikswaarde;
een lijst van de gebruikers met per gebruiker:
de gebruikswaarde van elk vroeger perceel;
de totale gebruikswaarde van alle vroegere percelen van de gebruiker;
een plan met de vroegere percelen die met voorrechten, hypotheken, bevelen, onroerende beslagen of vorderingen of met erfpacht-, opstal-, gebruiks- of bewoningsrecht zijn bezwaard;
een lijst van de vroegere percelen met voor elk perceel de eigenaars, vruchtgebruikers en de gebruikers en de voorrechten, hypotheken, bevelen, onroerende beslagen of vorderingen, of erfpacht, opstal-, gebruiks- of bewoningsrecht.
Over de inbreng wordt een raadpleging van rechthebbenden, vermeld in onderafdeling 7, gehouden.

Art. 2.1.25.
De landcommissie bepaalt de toestand na herverkaveling, hierna de toedeling te noemen. De landcommissie maakt daarvoor de classificatie volgens hun ruilwaarde en volgens hun gebruikswaarde op van het geheel van de onroerende goederen die bij de herverkaveling zijn betrokken. De volgende lijsten en de volgende plannen worden opgemaakt op basis van de kadastrale gegevens en andere beschikbare gegevens:
het herverkavelingsplan met de nieuwe percelen en het openbaar domein die behoren tot het blok;
een lijst van de nieuwe percelen met van elk perceel de oppervlakte, het bestemmingsgebied dat van kracht is in de ruimtelijke ordening, de eigenaars, de vruchtgebruikers en gebruikers;
een lijst van de eigenaars en de vruchtgebruiker met van elke eigenaar en elke vruchtgebruiker:
a)
de nieuwe percelen met vermelding van het bestemmingsgebied dat van kracht is in de ruimtelijke ordening;
b)
de ruilwaarde voor elk nieuw perceel;
c)
de totale ruilwaarde van alle nieuwe percelen van de eigenaar en van de vruchtgebruiker;
een lijst van de gebruikers met van elke gebruiker:
a)
de nieuwe percelen met vermelding van het bestemmingsgebied dat van kracht is in de ruimtelijke ordening;
b)
de gebruikswaarde van elk nieuw perceel;
c)
de totale gebruikswaarde van alle nieuwe percelen van de gebruiker;
een plan met de nieuwe percelen die met voorrechten, hypotheken, bevelen, onroerende beslagen of vorderingen of met erfpacht-, opstal-, gebruiks- of bewoningsrecht zullen worden bezwaard;
een lijst waarop voor iedere eigenaar en iedere vruchtgebruiker de volgende gegevens zijn vermeld: de voorrechten, hypotheken, bevelen, onroerende beslagen of vorderingen, de erfpacht-, opstal-, gebruiks- en bewoningsrechten, met vermelding van de vroegere percelen en van de nieuwe percelen die in de plaats daarvan komen;
het herverkavelingsplan met de erfdienstbaarheden die worden gevestigd en de erfdienstbaarheden die worden afgeschaft. De andere erfdienstbaarheden worden behouden.
Over de toedeling wordt een raadpleging van rechthebbenden, vermeld in onderafdeling 7, gehouden.

Art. 2.1.26.
De ruilwaarde, vermeld in artikel 2.1.24 en 2.1.25, wordt bepaald op basis van de oppervlakte, de ligging, het bestemmingsgebied dat van kracht is in de ruimtelijke ordening, de aanwezige constructies en opstanden, de cultuurwaarde en het bestaan van pacht of van erfdienstbaarheden, namelijk de objectieve factoren die de waarde van een grond kunnen beļnvloeden.
De gebruikswaarde, vermeld in artikel 2.1.24 en 2.1.25, wordt bepaald op basis van de geschiktheid van het perceel voor het actuele grondgebruik. Daarbij wordt rekening gehouden met alle relevante factoren zoals bodemgesteldheid, drainageklasse, de geldende reglementaire gebruiksbeperkingen zoals bemestingsnormen.

Art. 2.1.27.
De landcommissie bepaalt de financiėle regeling en maakt daarvoor de volgende lijsten op:
een lijst met de financiėle compensatie per eigenaar en per vruchtgebruiker;
een lijst met de gebruikersvergoeding per gebruiker.
De financiėle compensatie ten bate of ten laste van een eigenaar of een vruchtgebruiker is het verschil tussen de totale ruilwaarde van alle vroegere percelen van de eigenaar of vruchtgebruiker zoals vastgesteld bij de inbreng en de totale ruilwaarde van alle nieuwe percelen van de eigenaar of vruchtgebruiker zoals vastgesteld bij de toedeling.
De gebruikersvergoeding ten bate of ten laste van een gebruiker is het verschil tussen de totale gebruikswaarde van alle vroegere percelen van de gebruiker zoals vastgesteld bij de inbreng en de totale gebruikswaarde van alle nieuwe percelen van de gebruiker zoals vastgesteld bij de toedeling.
Over de financiėle regelingen wordt een raadpleging van rechthebbenden, vermeld in onderafdeling 7, gehouden.