Art. 2.1.24.
De landcommissie bepaalt de toestand voor herverkaveling, hierna de inbreng te noemen. De landcommissie maakt daarvoor de classificatie volgens hun ruilwaarde en volgens hun gebruikswaarde op van het geheel van de onroerende goederen die bij de herverkaveling zijn betrokken. De volgende lijsten en de volgende plannen worden opgemaakt op basis van de kadastrale gegevens en andere beschikbare gegevens:
een lijst van de eigenaars en vruchtgebruikers met per eigenaar en per vruchtgebruiker:
de ruilwaarde van elk vroeger perceel;
de totale ruilwaarde van alle vroegere percelen van de eigenaar en van de vruchtgebruiker;
een classificatieplan met aanduiding van de gebruikswaardezones, gevormd door het groeperen van percelen met dezelfde gebruikswaarde;
een lijst van de gebruikers met per gebruiker:
de gebruikswaarde van elk vroeger perceel;
de totale gebruikswaarde van alle vroegere percelen van de gebruiker;
een plan met de vroegere percelen die met voorrechten, hypotheken, bevelen, onroerende beslagen of vorderingen of met erfpacht-, opstal-, gebruiks- of bewoningsrecht zijn bezwaard;
een lijst van de vroegere percelen met voor elk perceel de eigenaars, vruchtgebruikers en de gebruikers en de voorrechten, hypotheken, bevelen, onroerende beslagen of vorderingen, of erfpacht, opstal-, gebruiks- of bewoningsrecht.
Over de inbreng wordt een raadpleging van rechthebbenden, vermeld in onderafdeling 7, gehouden.