Art. 2.1.28.
De landcommissie maakt het plan van de aangepaste, de nieuwe en de af te schaffen wegen en waterlopen met de bijbehorende kunstwerken op.
De landcommissie vraagt over het plan, vermeld in het eerste lid, advies van de betrokken gemeenten, advies van de betrokken provincie, advies van in voorkomend geval, andere wegbeheerder en advies van de betrokken waterbeheerder van de geklasseerde waterloop. Het advies van de betrokken gemeenten wordt gegeven na een openbaar onderzoek dat wordt georganiseerd door elke betrokken gemeente. Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd door aanplakking. Het plan, vermeld in het eerste lid, wordt gedurende dertig dagen ter inzage neergelegd in elke betrokken gemeente. Als de landcommissie binnen drie maanden na de verzending van het verzoek om advies geen antwoord heeft ontvangen van de betrokken gemeenten, provincie of waterbeheerder, wordt het advies geacht gunstig te zijn.
De Vlaamse Regering keurt het plan, vermeld in het eerste lid, goed.
De Vlaamse Regering bepaalt tot welke groep van wegen de aangepaste en de nieuwe wegen zullen behoren en rangschikt eventueel de aangepaste en de nieuwe waterlopen in een van de categorieŽn, vermeld in artikel†2 van de wet van 28†december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen.
De Vlaamse Regering bepaalt daarbij aan welk openbaar bestuur de aangepaste en de nieuwe wegen en waterlopen met de bijbehorende kunstwerken worden toegewezen.
De Vlaamse Regering schaft de buiten gebruik gestelde wegen en waterlopen met de bijbehorende kunstwerken af en bepaalt dat ze worden opgenomen in het geheel van de gronden die tot de herverkaveling behoren.
De Vlaamse Regering brengt op basis van het plan van de aangepaste, de nieuwe en de af te schaffen wegen en waterlopen met de bijbehorende kunstwerken de nodige wijzigingen aan aan de atlas van de buurtwegen en aan de beschrijvende tabellen, opgemaakt ter uitvoering van de wet van 28†december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen.