Onderafdeling 4.
Randvoorwaarden voor de herverkaveling

Art. 2.1.29.
De toewijzing van de nieuwe percelen aan een eigenaar en een vruchtgebruiker gebeurt op zodanige wijze dat de totale ruilwaarde van zijn nieuwe percelen gelijk is aan de totale ruilwaarde van zijn vroegere percelen.
Als aan de regel, vermeld in het eerste lid, niet wordt voldaan, worden aan een eigenaar of vruchtgebruiker meer of minder gronden toebedeeld, hierna een over- of onderbedeling van gronden aan een eigenaar of vruchtgebruiker te noemen. Het verschil tussen de totale ruilwaarde van de nieuwe percelen en de totale ruilwaarde van de vroegere percelen van een eigenaar of vruchtgebruiker wordt vergoed via een financiŽle compensatie ten koste of ten bate van de eigenaar en van de vruchtgebruiker.
De over- of onderbedeling van gronden aan een eigenaar of vruchtgebruiker mag de vijf procent van de totale ruilwaarde van zijn vroegere percelen niet overschrijden tenzij na toestemming van de eigenaar en de vruchtgebruiker.
De Vlaamse Regering bepaalt de mate van onderbedeling waarvoor een wederbeleggingsvergoeding wordt toegevoegd aan de financiŽle compensatie. De wederbeleggingsvergoeding komt ten laste van de administratieve overheid die instaat voor de financiering.

Art. 2.1.30.
De toewijzing van de nieuwe percelen aan een gebruiker gebeurt op zodanige wijze dat de totale gebruikswaarde van zijn nieuwe percelen gelijk is aan de totale gebruikswaarde van zijn vroegere percelen.
De toedeling aan een gebruiker gebeurt op zodanige wijze dat de aan hem toebedeelde nieuwe percelen geschikt zijn voor hetzelfde grondgebruik als zijn vroegere percelen tenzij de desbetreffende gebruiker ermee akkoord gaat om zijn grondgebruik aan te passen.
Als aan de regel, vermeld in het eerste lid, niet wordt voldaan, krijgt de gebruiker een over- of onderbedeling van gronden. Het verschil tussen de totale gebruikswaarde van de nieuwe percelen en de totale gebruikswaarde van de vroegere percelen van een gebruiker wordt financieel gecompenseerd ten koste of ten bate van de gebruiker via een gebruikersvergoeding.
De over- of onderbedeling van gronden aan een gebruiker mag de vijf procent van de totale gebruikswaarde van zijn vroegere percelen niet overschrijden, tenzij na toestemming van de gebruiker.

Art. 2.1.31.
Het verschil tussen de totale ruilwaarde van de nieuwe percelen in het blok en de totale ruilwaarde van de vroegere percelen in het blok komt ten goede of ten laste van de administratieve overheid die instaat voor de financiering.
Het verschil tussen de totale gebruikswaarde van de nieuwe percelen in het blok en de totale gebruikswaarde van de vroegere percelen in het blok komt ten goede of ten laste van de administratieve overheid die instaat voor de financiering.