Onderafdeling 5.
Overgang van pachtovereenkomsten, huurovereenkomsten, zakelijke rechten en regeling van erfdienstbaarheden

Art. 2.1.32.

§ 1

Ten gevolge van de herverkaveling treedt het geheel van de nieuwe percelen die aan een eigenaar worden toegewezen, in de plaats van het geheel van de vroegere percelen van die eigenaar.

§ 2

Ten gevolge van de herverkaveling worden de rechten die de pachter op zijn vroegere percelen bezit, overgedragen op zijn nieuwe percelen.
Als er in het belang van de herverkaveling wijzigingen aan de pacht moeten worden aangebracht, roept de landcommissie de betrokken eigenaars en pachters op en zoekt mee naar een oplossing waarmee de betrokken eigenaars en pachters kunnen instemmen.
Als een overeenkomst wordt bereikt, stelt de landcommissie dat schriftelijk vast. De overeenkomst wordt door de partijen ondertekend en opgenomen in de stukken van toedeling.
Als er geen overeenkomst wordt bereikt, verzoekt de landcommissie hen, per beveiligde zending, het geschil voor de bevoegde rechter te brengen. Als de partijen het geschil niet voor de bevoegde rechter brengen binnen een termijn van dertig dagen vanaf het voormelde verzoek van de landcommissie, brengt de landcommissie het geschil voor de rechter.
Bij het opmaken van pachtovereenkomsten voor kavels die ten gevolge van de herverkaveling op een andere verpachter of pachter zijn overgegaan, kunnen de partijen of, als er geen overeenkomst wordt bereikt, kan de rechter afwijken van het bepaalde in de wetgeving met betrekking tot de duur van pachtovereenkomsten. Voor de nieuwe percelen kan namelijk dezelfde duur bepaald worden als die van het pachtrecht dat op andere door dezelfde pachter geëxploiteerde kavels bestaat, krachtens huurovereenkomsten die gesloten zijn door dezelfde verpachter of door andere verpachters.
De rechterlijke beslissing wordt aan de herverkavelingsakte gehecht.

§ 3

De bepalingen, vermeld in paragraaf 2, zijn van toepassing op de overgang van andere huurovereenkomsten dan pacht.

Art. 2.1.33.
Het vruchtgebruik dat slaat op het geheel van de vroegere percelen van een eigenaar, gaat over op het geheel van de nieuwe percelen van die eigenaar.
Als een vruchtgebruik een of sommige van de vroegere percelen van een eigenaar bezwaart, bepaalt de landcommissie de nieuwe percelen van die eigenaar waarop dat recht overgaat.

Art. 2.1.34.
De voorrechten en hypotheken, de bevelen en beslagen, en de onroerende vorderingen, die slaan op het geheel van de vroegere percelen van een eigenaar of van een vruchtgebruiker, gaan over op het geheel van de nieuwe percelen en op de ontvangen financiële compensatie van de eigenaar en vruchtgebruiker.
Als de voorrechten en hypotheken, bevelen en beslagen, en de onroerende vorderingen een vroeger perceel van een eigenaar of van een vruchtgebruiker bezwaren, bepaalt de landcommissie het nieuwe perceel van die eigenaar of vruchtgebruiker en het gedeelte van de door die eigenaar of vruchtgebruiker te ontvangen financiële compensatie waarop die rechten overgaan.

Art. 2.1.35.
De bepalingen, vermeld in artikel 2.1.32 en 2.1.33, zijn van toepassing op het recht van gebruik en bewoning, het opstal- en erfpachtrecht.

Art. 2.1.36.
Het jachtrecht blijft ter plaatse en gaat bij herverkaveling niet over op het nieuwe perceel. De nieuwe eigenaar van een perceel treedt in de rechten en verplichtingen van de oude eigenaar.
Als het jachtrecht door de eigenaar zelf werd uitgeoefend en als die per beveiligde zending aan de landcommissie de wens heeft geuit om verder op het perceel te blijven jagen, worden de voorwaarden van de jacht vastgesteld als vermeld in artikel 2.1.32 betreffende de wijzingen aan de pacht, zonder dat de duur van de jachtovereenkomst langer dan negen jaar kan zijn.
[De duur van de jachtovereenkomsten die gesloten zijn vanaf de vaststelling van het landinrichtingsplan of de inrichtingsnota], wordt van rechtswege beperkt tot de overschrijving van de herverkavelingsakte op het hypotheekkantoor.

Art. 2.1.37.
De landcommissie brengt op het herverkavelingsplan de erfdienstbaarheden aan die ze vestigt en de erfdienstbaarheden die ze afschaft. De andere erfdienstbaarheden blijven behouden.