Onderafdeling 8.
Beroepsprocedure

Art. 2.1.44.
Elke rechthebbende kan bij de rechter het volgende betwisten:
de ruilwaarde of gebruikswaarde van zijn vroegere percelen;
de oppervlakte, de ruilwaarde of de gebruikswaarde van zijn nieuwe percelen;
de financiŽle compensatie of de gebruikersvergoeding.

Art. 2.1.45.
Als de rechter de betwistingen over de ruilwaarde of de gebruikswaarde van de vroegere percelen of de oppervlakte, de ruilwaarde of de gebruikswaarde van de nieuwe percelen gegrond vindt, kan een schadevergoeding worden toegekend naast de financiŽle compensatie van de eigenaar en de vruchtgebruiker of naast de gebruikersvergoeding van de gebruiker. De schadevergoeding komt ten laste van de administratieve overheid die instaat voor de financiering.

Art. 2.1.46.
Als de rechter de betwistingen over de financiŽle compensatie van de eigenaar en vruchtgebruiker of de gebruikersvergoeding gegrond vindt, verbetert hij de financiŽle compensatie of de gebruikersvergoeding. Het verschil tussen de oorspronkelijke en de verbeterde financiŽle compensatie of gebruikersvergoeding komt ten laste van de administratieve overheid die instaat voor de financiering.

Art. 2.1.47.
De rechthebbende moet de betwistingen, vermeld in artikel†2.1.44, stellen binnen drie maanden na de kennisgeving, vermeld in artikel†2.1.43.