Onderafdeling 9.
Herverkavelingsakte

Art. 2.1.48.
Als het herverkavelingsplan, vermeld in artikel 2.1.25, definitief is vastgesteld, gaat de landcommissie zo nodig over tot de afpaling van de nieuwe percelen. Hiernavolgend wordt de instrumenterend ambtenaar belast met de opmaak van de herverkavelingsakte en het verlijden ervan.

Art. 2.1.49.
De herverkavelingsakte omvat:
de vaststelling van de rechten en plichten die voortvloeien uit de plannen, de lijsten en de overeenkomsten, vermeld in de artikelen 2.1.24, 2.1.25, 2.1.27, 2.1.36 en 2.1.37;
de door de landcommissie vastgestelde data en voorwaarden van ingenottreding en ingebruikneming van de nieuwe percelen;
de financiėle afrekening die de financiėle compensatie en de gebruikersvergoeding bevat, alsook de tijdstippen voor de vereffening van die vergoedingen.
De plannen, de lijsten en de overeenkomsten, vermeld in het eerste lid, 1°, en de overeenkomsten en de rechterlijke beslissingen, vermeld in de artikelen 2.1.32, 2.1.35, 2.1.45 en 2.1.46, worden aan de herverkavelingsakte gehecht.

Art. 2.1.50.
De herverkavelingsakte geldt als titel van eigendom en van de zakelijke rechten die erin worden geregeld, en als titel voor de financiėle compensatie en de gebruikersvergoeding.

Art. 2.1.51.
Na de hypothecaire overschrijving bezorgt de instrumenterende ambtenaar een eensluidend verklaard uittreksel uit de herverkavelingsakte en de bijlagen erbij aan de rechthebbenden.
De bepalingen, vermeld in artikel 139, 140 en 141 van de Hypotheekwet van 16 december 1851, zijn van toepassing.
De ingebruikneming van de nieuwe percelen vindt plaats op de tijdstippen en onder de voorwaarden die bepaald zijn in de herverkavelingsakte.

Art. 2.1.52.
Als in de herverkavelingsakte geen rekening is gehouden met rechten die rusten op vroegere percelen ten gevolge van ofwel vergissingen, onnauwkeurigheden of weglatingen in de herverkavelingsakte, ofwel van overdrachten of vestigingen van rechten voor de datum van overschrijving van de herverkavelingsakte of nog van vernietigingen, verbrekingen of herroepingen van rechten, bepaalt de rechter, op verzoek van de rechthebbenden, op welke nieuwe percelen of gedeelten hiervan deze rechten overgaan. In dat geval kan de rechter, ambtshalve of op verzoek, na de rechthebbenden te hebben opgeroepen, de nadelige of batige saldo's herzien, alsook de rechten en verplichtingen, met de voorwaarden en termijnen van betaling, die eruit voortvloeien.
Alleen als de rechthebbenden vrijwillig verschijnen, kan de vordering worden ingeleid bij verzoekschrift, ingediend ter griffie of met een aangetekende brief die gericht is aan de rechter, in zoveel exemplaren als er ter zake op te roepen partijen zijn.
Als er een overeenkomst wordt bereikt over de onderwerpen van betwisting, kan de instrumenterend ambtenaar op verzoek van de landcommissie, die overeenkomst bij akte vastleggen.