Art. 2.1.56.
Het gebruiksruilplan wordt zo opgemaakt dat aan iedere gebruiker zo veel mogelijk gronden met dezelfde oppervlakte en die geschikt zijn voor hetzelfde grondgebruik worden toegewezen.
De totale oppervlakte van de aan de gebruiker toebedeelde kavels mag niet meer dan vijf procent kleiner zijn dan de totale oppervlakte van zijn vroegere kavels, behalve als hij daar schriftelijke toestemming voor verleent.
De landcommissie berekent de jaarlijkse vergoeding die aan of door de gebruiker verschuldigd is als de totale oppervlakte van de kavels die hem toebedeeld zijn, kleiner of groter is dan de totale oppervlakte van zijn vroegere kavels. Voormelde vergoeding wordt verrekend in de financiŽle afrekening van herverkaveling uit kracht van wet die volgt op de gebruiksruil als vermeld in artikel†2.1.49.
Het verschil tussen de totale vergoeding die de gebruikers aan de landcommissie moeten betalen en de totale vergoeding die de landcommissie aan de gebruikers moet betalen, komt ten goede of ten laste van de administratieve overheid die instaat voor de financiering.