Art. 2.1.65.

§ 1

Het grondruilplan bestaat uit de volgende delen:
de toestand voor de herverkaveling, hierna de inbreng te noemen;
de toestand na de herverkaveling, hierna de toedeling te noemen;
de financiėle regeling.

§ 2

De landcommissie bepaalt de inbreng. De landcommissie maakt daarvoor de classificatie volgens hun ruilwaarde en volgens hun gebruikswaarde op van het geheel van de onroerende goederen die bij de herverkaveling zijn betrokken. De volgende lijsten en de volgende plannen worden opgemaakt op basis van de kadastrale gegevens en andere beschikbare gegevens:
een lijst van de vroegere percelen met voor elk perceel de oppervlakte, de eigenaars, de vruchtgebruikers en de gebruikers, de bestemmingsgebieden van kracht in de ruimtelijke ordening voor de wijziging van het bestemmingsgebied ten gevolge van de planologische ruil;
een lijst van de eigenaars en vruchtgebruikers met per eigenaar en per vruchtgebruiker:
a)
de vroegere percelen met vermelding van het bestemmingsgebied van kracht in de ruimtelijke ordening voor de wijziging van het bestemmingsgebied ten gevolge van de planologische ruil;
b)
de ruilwaarde van elk vroeger perceel;
c)
de totale ruilwaarde van alle vroegere percelen van de eigenaar en van de vruchtgebruiker;
een classificatieplan met aanduiding van de gebruikswaardezones, gevormd door het groeperen van percelen met dezelfde gebruikswaarde;
een lijst van de gebruikers met per gebruiker:
a)
de vroegere percelen met vermelding van het bestemmingsgebied van kracht in de ruimtelijke ordening voor de wijziging van het bestemmingsgebied ten gevolge van de planologische ruil;
b)
de gebruikswaarde van elk vroeger perceel;
c)
de totale gebruikswaarde van alle vroegere percelen van de gebruiker;
een plan met de vroegere percelen die met voorrechten, hypotheken, bevelen, onroerende beslagen of vorderingen of met erfpacht-, opstal-, gebruiks- of bewoningsrecht zijn bezwaard;
een lijst van de vroegere percelen met voor elk perceel de voorrechten, hypotheken, bevelen, onroerende beslagen of vorderingen, of erfpacht, opstal-, gebruiks- of bewoningsrecht.
De ruilwaarde van de vroegere percelen wordt bepaald op basis van de oppervlakte, de ligging, het bestemmingsgebied van kracht in de ruimtelijke ordening, de aanwezige constructies en opstanden, de cultuurwaarde en het bestaan van pacht of van erfdienstbaarheden en de verwervingswaarde, namelijk de objectieve factoren die de waarde van een grond kunnen beļnvloeden.
De gebruikswaarde van de vroegere percelen wordt bepaald conform artikel 2.1.26, tweede lid.

§ 3

De landcommissie bepaalt de toedeling. De landcommissie maakt daarvoor de classificatie volgens ruilwaarde en volgens gebruikswaarde op van het geheel van de onroerende goederen die bij de herverkaveling zijn betrokken. De volgende lijsten en de volgende plannen worden opgemaakt op basis van de kadastrale gegevens en andere beschikbare gegevens:
het herverkavelingsplan met de nieuwe percelen en het openbaar domein die behoren tot het blok;
een lijst van de nieuwe percelen met voor elk perceel de oppervlakte, de eigenaars, de vruchtgebruikers en de gebruikers, en het bestemmingsgebied dat aangewezen is in het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan;
een lijst van de eigenaars en de vruchtgebruikers met per eigenaar en per vruchtgebruiker:
a)
de nieuwe percelen met vermelding van het bestemmingsgebied dat aangewezen is in het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan;
b)
de ruilwaarde van elk nieuw perceel;
c)
de totale ruilwaarde van alle nieuwe percelen van de eigenaar en van de vruchtgebruiker;
een lijst van de gebruikers met per gebruiker:
a)
de nieuwe percelen met vermelding van het bestemmingsgebied dat aangewezen is in het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan;
b)
de gebruikswaarde van elk nieuw perceel;
c)
de totale gebruikswaarde van alle nieuwe percelen van de gebruiker;
een plan met de nieuwe percelen die met voorrechten, hypotheken, bevelen, onroerende beslagen of vorderingen of met erfpacht-, opstal-, gebruiks- of bewoningsrecht zullen worden bezwaard;
een lijst waarop voor iedere eigenaar en iedere vruchtgebruiker de volgende gegevens zijn vermeld: de voorrechten, hypotheken, bevelen, onroerende beslagen of vorderingen, de erfpacht-, opstal-, gebruiks- en bewoningsrechten, met vermelding van de vroegere percelen en van de nieuwe percelen die in de plaats daarvan komen;
het herverkavelingsplan met de erfdienstbaarheden die worden gevestigd en de erfdienstbaarheden die worden afgeschaft. De andere erfdienstbaarheden worden behouden.
De ruilwaarde en de gebruikswaarde van de nieuwe percelen worden bepaald conform artikel 2.1.26. Bij het bepalen van die waarden wordt echter rekening gehouden met het bestemmingsgebied dat aangewezen is in het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan.

§ 4

De landcommissie bepaalt de financiėle regeling conform artikel 2.1.27.

§ 5

De artikelen 2.1.29 tot en met 2.1.37 zijn van toepassing op het grondruilplan.

§ 6

Het grondruilplan wordt tegelijk met het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan onderworpen aan het openbaar onderzoek, [vermeld in artikel 2.2.10, 2.2.15 of 2.2.21] van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. De landcommissie brengt elke rechthebbende voorafgaand aan het openbaar onderzoek over het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan en grondruilplan per beveiligde zending op de hoogte van zijn toestand, zoals opgenomen in het grondruilplan, en van de mogelijkheid om adviezen, opmerkingen of bezwaren in te dienen tijdens het openbaar onderzoek.
Op basis van de adviezen, opmerkingen en bezwaren ingediend tijdens het openbaar onderzoek over het grondruilplan, kan de landcommissie het grondruilplan wijzigen.
Als ten gevolge van het openbaar onderzoek over het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan het ruimtelijk uitvoeringsplan wordt gewijzigd, past de landcommissie waar nodig het grondruilplan aan.
De landcommissie brengt elke rechthebbende van wie de toestand die opgenomen is in het grondruilplan wijzigt ten gevolge van het openbaar onderzoek over het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan en grondruilplan, per beveiligde zending op de hoogte van die wijziging.

§ 7

De instantie die instaat voor het opmaken van het ruimtelijk uitvoeringsplan bezorgt alle informatie aan de landcommissie die deze nodig heeft voor de uitvoering van haar taken in het kader van de herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil. De landcommissie bezorgt alle informatie aan de instantie die instaat voor de opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan die deze nodig heeft voor de uitvoering van haar taken in het kader van de herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil.