Art. 2.2.2.

§ 1

Een landcommissie is samengesteld uit de volgende leden:
de voorzitter, voorgedragen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud;
de secretaris, voorgedragen door het agentschap;
een lid, voorgedragen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening;
een lid, voorgedragen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiėn en de begroting;
een lid, voorgedragen door de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij;
een lid, voorgedragen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken;
de leden die met toepassing van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het gronden pandenbeleid benoemd zijn als deskundige op voordracht van de gewestelijke administratie die belast is met de uitvoering van het beleid over landbouw en visserij, en de gewestelijke administratie die belast is met de uitvoering van het beleid over natuurbehoud en de vrijwaring van het natuurlijk milieu en van het milieubeleid van de kapitaalschadecommissie voor de provincie in kwestie.
Voor de leden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°, worden op dezelfde wijze plaatsvervangende leden aangewezen.
Voor de leden, vermeld in het eerste lid, 7°, zijn de plaatsvervangende leden die met toepassing van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid benoemd zijn als plaatsvervangend lid van de kapitaalschadecommissie voor de provincie in kwestie ook plaatsvervangend lid in de landcommissie in kwestie.
De leden en de plaatsvervangende leden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°, zijn personeelslid bij de Vlaamse administratie. [De voorzitter vermeld in het eerste lid, 1°, is een personeelslid of, mits bijzondere motivering, een gewezen personeelslid bij de Vlaamse administratie.]
De voorzitter van de vijf landcommissies is altijd dezelfde persoon. De plaatsvervangende voorzitter van de vijf landcommissies is altijd dezelfde persoon.

§ 2

De Vlaamse Regering benoemt de leden en de plaatsvervangende leden van de landcommissies, met uitzondering van de leden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 7°, en vermeld in paragraaf 1, derde lid.

§ 3

De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de werking, de organisatie en de taken van de landcommissies.