Deel 3.
De toepassing van de instrumenten via landinrichtingsprojecten


Titel 1.
De landinrichtingsprojecten


Art. 3.1.1.
De Vlaamse Regering kan een landinrichtingsproject instellen als het landinrichtingsproject bijdraagt tot de realisatie van het beleid dat:
1░
ofwel de Vlaamse Regering voert op het vlak van het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de open ruimte;
2░
ofwel een provincie of een gemeente voert op het vlak van het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de open ruimte, als dat beleid past binnen de prioriteiten van de Vlaamse Regering;
3░
ofwel een publiekrechtelijke of een privaatrechtelijke rechtspersoon die in het Vlaamse Gewest is belast met taken van openbaar nut op het vlak van het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de open ruimte, als de uitvoering van dat beleid past binnen de prioriteiten van de Vlaamse Regering.
Een landinrichtingsproject wordt voorbereid en uitgevoerd met het oog op een participatieve, ge´ntegreerde en gebiedsgerichte aanpak. Dit houdt in dat de verschillende functies, kenmerken en kwaliteiten die in het gebied voorkomen mee in overweging worden genomen bij het bepalen en het uitwerken van doelstellingen, maatregelen en de daarvoor in te zetten instrumenten, als die functies, kenmerken en kwaliteiten kunnen worden be´nvloed door de gevraagde inrichting of het gevraagde beheer van de open ruimte.
In het eerste en het tweede lid wordt verstaan onder open ruimte: een gebied waarin de onbebouwde ruimte overweegt maar waarin elementen van bebouwing en infrastructuur die samenhangen met de onbebouwde ruimte kunnen voorkomen en plaatselijk kunnen overwegen.

Art. 3.1.2.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de advisering, de voorbereiding, de co÷rdinatie, de instelling, de stopzetting, de gebiedsafbakening en het tijdspad van de landinrichtingsprojecten.

Titel 2.
De programmacommissie


Art. 3.2.1.
De Vlaamse Regering richt een programmacommissie op. De programmacommissie heeft de volgende taken:
1░
ze adviseert de Vlaamse Regering over de instelling van het landinrichtingsproject, met inbegrip van de gebiedsafbakening van het landinrichtingsproject. Ze gaat daarbij na of het landinrichtingsproject voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikelá1.1.4 en 3.1.1;
2░
ze verleent advies aan de Vlaamse Regering over het landinrichtingsbeleid in Vlaanderen en de programmering van de landinrichtingsprojecten;
3░
ze staat in voor de beleidsmatige opvolging en evaluatie van de uitvoering van de landinrichtingsprojecten.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de samenstelling, de werking, de taken en de adviesbevoegdheid van de programmacommissie. De programmacommissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Vlaamse administratie, provincies en gemeenten.

Titel 3.
De opmaak en uitvoering van landinrichtingsplannen


Hoofdstuk 1.
De landinrichtingsplannen


Art. 3.3.1.
De Vlaamse Regering stelt voor elk landinrichtingsproject een of meerdere landinrichtingsplannen vast.
Een landinrichtingsplan bestaat ten minste uit de volgende elementen:
1░
een beschrijving van het doel van het landinrichtingsplan, van de wijze waarop het landinrichtingsplan bijdraagt tot de realisatie van het doel van het landinrichtingsproject en van de gewenste maatregelen;
2░
een instrumentafweging met het oog op het bereiken van de optimale mix gericht op het doelmatig, billijk en efficiŰnt inzetten van de beschikbare middelen voor de realisatie van het landinrichtingsproject;
3░
de afbakening van het gebied waarvoor het landinrichtingsplan wordt opgemaakt met aanduiding van het gebied waar een bepaald instrument wordt toegepast;
4░
de motivering waarom een instrument wordt toegepast;
5░
als het instrument erfdienstbaarheid tot openbaar nut wordt ingezet: de omschrijving van het algemeen nut waarvoor het instrument wordt toegepast;
6░
een uitvoeringsprogramma en een financieringsplan.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de procedure voor de opmaak en de vaststelling van de landinrichtingsplannen.

Art. 3.3.2.
Het agentschap is belast met de opmaak van de landinrichtingsplannen en met de co÷rdinatie van de uitvoering van de landinrichtingsplannen.
Om het doel van een landinrichtingsproject te realiseren, kan de Vlaamse Regering het agentschap machtigen om onroerende goederen te verwerven door onteigening ten algemenen nutte.

Art. 3.3.3.
Het agentschap oefent controle uit op de verrichtingen van de ontwerpers, aannemers en technici die op grond van de landinrichtingsplannen zijn belast met studies, werken of opdrachten.
Vertegenwoordigers van het agentschap mogen bij de uitoefening van hun controleopdracht onroerende goederen betreden, met uitzondering van woningen en gebouwen die bestemd zijn voor privÚ- of bedrijfsactiviteiten.

Art. 3.3.4.
Elke administratieve overheid stelt op eenvoudig verzoek of uit eigen beweging alle informatie en kennis, met inbegrip van persoonsgegevens, ter beschikking die nodig zijn voor de voorbereiding en de uitvoering van landinrichtingsplannen.
Voor de voorbereiding en de uitvoering van landinrichtingsplannen stelt elke eigenaar van onroerende goederen die binnen de gebiedsafbakening van het landinrichtingsproject liggen, op eenvoudig verzoek informatie ter beschikking over de gebruikers en de houders van zakelijke rechten in kwestie.
De informatie, vermeld in het eerste en tweede lid, wordt opgevraagd door en ter beschikking gesteld aan het agentschap of aan de persoon of instantie die belast is met de uitvoering zoals vastgelegd in het landinrichtingsplan.
Het agentschap is verantwoordelijk voor de verwerking van de informatie, vermeld in het eerste en tweede lid.

Art. 3.3.5.
Niemand mag de uitvoering hinderen van werken die nodig zijn voor de realisatie van het landinrichtingsplan, noch de plaatsing hinderen van materialen, gereedschappen en werktuigen die nodig zijn voor de uitvoering van die werken.

Hoofdstuk 2.
De planbegeleidingsgroepen


Art. 3.3.6.
Voor elk landinrichtingsproject wordt een planbegeleidingsgroep opgericht. De planbegeleidingsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van administratieve overheden en doelgroepen die betrokken zijn bij het landinrichtingsproject.
De planbegeleidingsgroep bepaalt welke landinrichtingsplannen worden opgemaakt en ondersteunt het agentschap bij de opmaak van landinrichtingsplannen.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de samenstelling en de werking van de planbegeleidingsgroep.

Hoofdstuk 3.
Instanties en personen die belast kunnen worden met de uitvoering van landinrichtingsplannen


Art. 3.3.7.
Departementen en agentschappen van de Vlaamse overheid kunnen door de Vlaamse Regering belast worden met de uitvoering van een landinrichtingsplan of gedeelten ervan.

Art. 3.3.8.
Provincies, gemeenten, en publiekrechtelijke rechtspersonen kunnen met hun instemming door de Vlaamse Regering belast worden met de uitvoering van een landinrichtingsplan of gedeelten ervan.

Art. 3.3.9.
Privaatrechtelijke rechtspersonen en natuurlijke personen kunnen met hun instemming door de Vlaamse Regering belast worden met de uitvoering van een landinrichtingsplan of gedeelten ervan.
Als de gebruiker van het goed in kwestie belast wordt met de uitvoering van een landinrichtingsplan of gedeelten ervan en als die gebruiker geen zakelijk recht heeft op het goed, moeten de betrokken eigenaars en de andere houders van een zakelijk recht ook instemmen met de uitvoering van het landinrichtingsplan of de gedeelten in kwestie ervan, behalve voor de toepassing van beheerovereenkomsten of dienstenvergoedingen als vermeld in artikelá2.1.6 en 2.1.9.

Art. 3.3.10.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de instanties en personen, vermeld in dit hoofdstuk, belast kunnen worden met de uitvoering van een landinrichtingsplan of gedeelten ervan.

Titel 4.
Subsidies


Art. 3.4.1.
Binnen de grenzen van de begroting kan het Vlaamse Gewest een subsidie toekennen voor de kosten die het gevolg zijn van de voorbereiding van de landinrichtingsplannen. Die subsidie kan worden toegekend voor voorbereidingen die worden getroffen na de instelling van een landinrichtingsproject.

Art. 3.4.2.
Het agentschap kan, op voorstel van de planbegeleidingsgroep en na instelling van een landinrichtingsproject, instanties en personen oproepen om projectvoorstellen voor uitvoeringsinitiatieven in te dienen.
Uitvoeringsinitiatieven moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
1░
passen binnen de doelstelling van de landinrichting;
2░
bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen van het landinrichtingsproject;
3░
op korte termijn gerealiseerd kunnen worden.
Binnen de grenzen van de begroting kan het Vlaamse Gewest een subsidie toekennen voor uitvoeringsinitiatieven die door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de procedure voor het indienen en het vaststellen van uitvoeringsinitiatieven.

Art. 3.4.3.
Binnen de grenzen van de begroting kan het Vlaamse Gewest voor de gevallen, vermeld in het tweede, derde en vierde lid, een subsidie toekennen voor de kosten en de vergoedingen die het gevolg zijn van de uitvoering van een landinrichtingsproject.
Een subsidie kan worden toegekend voor de volgende instrumenten, vermeld in deel 2, als ze zijn opgenomen in het landinrichtingsplan:
1░
inrichtingswerken;
2░
beheerovereenkomsten;
3░
dienstenvergoeding;
4░
vrijwillige bedrijfsverplaatsing, bedrijfsstopzetting, bedrijfsreconversie;
5░
vergoedingen voor lokale grondenbanken;
6░
vergoeding voor waardeverlies van gronden.
Een subsidie kan worden toegekend voor grondverwerving als de grondverwerving nodig is om het landinrichtingsproject te realiseren.
Een subsidie kan worden toegekend voor de opmaak van een onderhoudsplan als vermeld in artikelá3.5.1.

Art. 3.4.4.
De Vlaamse Regering bepaalt de tegemoetkoming van het Vlaamse Gewest die toegekend kan worden aan de instanties en personen die belast kunnen worden met de uitvoering van landinrichtingsplannen, vermeld in artikelá3.3.7, 3.3.8 en 3.3.9.
[Met behoud van de toepassing van artikelá3.3.7 wordt de Vlaamse Regering gemachtigd om het agentschap te belasten met de uitvoering van een landinrichtingsplan of gedeelten ervan op gronden van gemeenten, provincies, publiekrechtelijke rechtspersonen, privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen, met de uitvoering van een landinrichtingsplan of gedeelten ervan op verzoek van voormelde instanties en personen, en met de verwerving van onroerende goederen die vervolgens worden overgedragen aan een provincie of een gemeente.]
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de subsidievoorwaarden en de procedure om de subsidies toe te kennen en te controleren.

Titel 5.
Instandhouding en onderhoud


Art. 3.5.1.
Voor de instandhouding en het onderhoud van de maatregelen die uitgevoerd worden overeenkomstig het landinrichtingsplan of in het kader van uitvoeringsinitiatieven als vermeld in artikelá3.4.2, kan een onderhoudsplan opgemaakt worden. Het onderhoudsplan bevat bepalingen over de wijze waarop de uitgevoerde inrichtingswerken beheerd moeten worden.
Als beheerplannen, inclusief de herzieningen ervan, overeenkomstig andere wetgeving worden uitgewerkt, kan het onderhoudsplan, vermeld in het eerste lid, daarin ge´ntegreerd worden.

Art. 3.5.2.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud en de uitvoering van het onderhoudsplan en de werkwijze en procedure voor de totstandkoming van het onderhoudsplan.