Hoofdstuk 1.
De landinrichtingsplannen


Art. 3.3.1.
De Vlaamse Regering stelt voor elk landinrichtingsproject een of meerdere landinrichtingsplannen vast.
Een landinrichtingsplan bestaat ten minste uit de volgende elementen:
een beschrijving van het doel van het landinrichtingsplan, van de wijze waarop het landinrichtingsplan bijdraagt tot de realisatie van het doel van het landinrichtingsproject en van de gewenste maatregelen;
een instrumentafweging met het oog op het bereiken van de optimale mix gericht op het doelmatig, billijk en efficiënt inzetten van de beschikbare middelen voor de realisatie van het landinrichtingsproject;
de afbakening van het gebied waarvoor het landinrichtingsplan wordt opgemaakt met aanduiding van het gebied waar een bepaald instrument wordt toegepast;
de motivering waarom een instrument wordt toegepast;
als het instrument erfdienstbaarheid tot openbaar nut wordt ingezet: de omschrijving van het algemeen nut waarvoor het instrument wordt toegepast;
een uitvoeringsprogramma en een financieringsplan.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de procedure voor de opmaak en de vaststelling van de landinrichtingsplannen.

Art. 3.3.2.
Het agentschap is belast met de opmaak van de landinrichtingsplannen en met de coördinatie van de uitvoering van de landinrichtingsplannen.
Om het doel van een landinrichtingsproject te realiseren, kan de Vlaamse Regering het agentschap machtigen om onroerende goederen te verwerven door onteigening ten algemenen nutte.

Art. 3.3.3.
Het agentschap oefent controle uit op de verrichtingen van de ontwerpers, aannemers en technici die op grond van de landinrichtingsplannen zijn belast met studies, werken of opdrachten.
Vertegenwoordigers van het agentschap mogen bij de uitoefening van hun controleopdracht onroerende goederen betreden, met uitzondering van woningen en gebouwen die bestemd zijn voor privé- of bedrijfsactiviteiten.

Art. 3.3.4.
Elke administratieve overheid stelt op eenvoudig verzoek of uit eigen beweging alle informatie en kennis, met inbegrip van persoonsgegevens, ter beschikking die nodig zijn voor de voorbereiding en de uitvoering van landinrichtingsplannen.
Voor de voorbereiding en de uitvoering van landinrichtingsplannen stelt elke eigenaar van onroerende goederen die binnen de gebiedsafbakening van het landinrichtingsproject liggen, op eenvoudig verzoek informatie ter beschikking over de gebruikers en de houders van zakelijke rechten in kwestie.
De informatie, vermeld in het eerste en tweede lid, wordt opgevraagd door en ter beschikking gesteld aan het agentschap of aan de persoon of instantie die belast is met de uitvoering zoals vastgelegd in het landinrichtingsplan.
Het agentschap is verantwoordelijk voor de verwerking van de informatie, vermeld in het eerste en tweede lid.

Art. 3.3.5.
Niemand mag de uitvoering hinderen van werken die nodig zijn voor de realisatie van het landinrichtingsplan, noch de plaatsing hinderen van materialen, gereedschappen en werktuigen die nodig zijn voor de uitvoering van die werken.