Art. 3.3.1.
De Vlaamse Regering stelt voor elk landinrichtingsproject een of meerdere landinrichtingsplannen vast.
Een landinrichtingsplan bestaat ten minste uit de volgende elementen:
een beschrijving van het doel van het landinrichtingsplan, van de wijze waarop het landinrichtingsplan bijdraagt tot de realisatie van het doel van het landinrichtingsproject en van de gewenste maatregelen;
een instrumentafweging met het oog op het bereiken van de optimale mix gericht op het doelmatig, billijk en efficiënt inzetten van de beschikbare middelen voor de realisatie van het landinrichtingsproject;
de afbakening van het gebied waarvoor het landinrichtingsplan wordt opgemaakt met aanduiding van het gebied waar een bepaald instrument wordt toegepast;
de motivering waarom een instrument wordt toegepast;
als het instrument erfdienstbaarheid tot openbaar nut wordt ingezet: de omschrijving van het algemeen nut waarvoor het instrument wordt toegepast;
een uitvoeringsprogramma en een financieringsplan.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de procedure voor de opmaak en de vaststelling van de landinrichtingsplannen.