Art. 3.3.3.
Het agentschap oefent controle uit op de verrichtingen van de ontwerpers, aannemers en technici die op grond van de landinrichtingsplannen zijn belast met studies, werken of opdrachten.
Vertegenwoordigers van het agentschap mogen bij de uitoefening van hun controleopdracht onroerende goederen betreden, met uitzondering van woningen en gebouwen die bestemd zijn voor privé- of bedrijfsactiviteiten.