Deel 4.
De toepassing van de instrumenten voor de realisatie van projecten, plannen of programma's


Titel 1.
Projecten, plannen of programma's


Art. 4.1.1.
De Vlaamse Regering kan beslissen een of meerdere instrumenten als vermeld in deel 2, toe te passen voor de realisatie van een project, plan of programma, als de toepassing van de instrumenten bijdraagt tot de realisatie van het beleid dat ze voert op het vlak van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de ruimte.
Het provinciebestuur kan beslissen een of meer instrumenten als vermeld in deel 2, toe te passen voor de realisatie van een project, plan of programma, als het een project, plan of programma betreft dat door het provinciebestuur is goedgekeurd en als de toepassing van de instrumenten bijdraagt tot de realisatie van het beleid dat het voert op het vlak van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de ruimte. Voor de toepassing van de instrumenten inrichtingswerken uit kracht van wet, vrijwillige bedrijfsverplaatsing, bedrijfsreconversie, bedrijfsstopzetting, recht van voorkoop, vestigen van erfdienstbaarheden tot openbaar nut, herverkaveling uit kracht van wet, herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil en vergoeding voor waardeverlies van gronden, is een machtiging van de Vlaamse Regering vereist.
Het gemeentebestuur kan beslissen een of meerdere instrumenten als vermeld in deel 2, toe te passen voor de realisatie van een project, plan of programma, als het een project, plan of programma betreft dat door het gemeentebestuur is goedgekeurd en als de toepassing van de instrumenten bijdraagt tot de realisatie van het beleid dat het voert op het vlak van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de ruimte. Voor de toepassing van de instrumenten inrichtingswerken uit kracht van wet, vrijwillige bedrijfsverplaatsing, bedrijfsreconversie, bedrijfsstopzetting, recht van voorkoop, vestigen van erfdienstbaarheden tot openbaar nut, herverkaveling uit kracht van wet, herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil en vergoeding voor waardeverlies van gronden, is een machtiging van de Vlaamse Regering vereist.

Titel 2.
De opmaak, de onderbouwing en uitvoering van inrichtingsnota's


Hoofdstuk 1.
De opmaak van inrichtingsnota's


Art. 4.2.1.
De Vlaamse Regering, het provinciebestuur of het gemeentebestuur stelt voor de realisatie van het project, plan of programma een of meerdere inrichtingsnota's vast, voor zover de inzet van de instrumenten als vermeld in deel 2 noodzakelijk is.
Een inrichtingsnota wordt opgemaakt met het oog op een geïntegreerde en gebiedsgerichte aanpak. Dit houdt in dat de verschillende functies, kenmerken en kwaliteiten die in het gebied voorkomen mee in overweging worden genomen bij het bepalen en het uitwerken van doelstellingen, maatregelen en de daarvoor in te zetten instrumenten, als die functies, kenmerken en kwaliteiten kunnen worden beïnvloed door de gevraagde inrichting of het gevraagde beheer van de ruimte.
De inrichtingsnota's worden opgemaakt in overleg met het agentschap.
Als het een inrichtingsnota betreft die door het provinciebestuur of het gemeentebestuur wordt vastgesteld, is die vaststelling pas mogelijk nadat ze is goedgekeurd door het agentschap.

Art. 4.2.2.
Een inrichtingsnota bestaat ten minste uit de volgende elementen:
een beschrijving van de opties uit het project, plan of programma en van de gewenste maatregelen;
een instrumentafweging met het oog op het bereiken van de optimale mix gericht op het doelmatig, billijk en efficiënt inzetten van de beschikbare middelen voor de realisatie van het project, plan en programma;
de aanduiding of afbakening van het gebied waar een instrument wordt toegepast;
de motivering waarom een instrument wordt toegepast;
als het instrument erfdienstbaarheid tot openbaar nut wordt ingezet: de omschrijving van het algemeen nut waarvoor het instrument wordt toegepast;
een uitvoeringsprogramma en een financieringsplan.

Art. 4.2.3.
De artikelen 3.3.3 tot en met 3.3.5 zijn van overeenkomstige toepassing op de inrichtingsnota's.

Art. 4.2.4.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de procedure voor de opmaak en de vaststelling van de inrichtingsnota's en de integratie ervan in een beslissing over het project, plan of programma waarmee ze samenhangen. De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen een openbaar onderzoek vereist is over een inrichtingsnota en de wijze waarop dit openbaar onderzoek wordt georganiseerd.

Hoofdstuk 2.
De onderbouwing van inrichtingsnota's


Art. 4.2.5.
De inrichtingsnota's of onderdelen ervan, zoals onder meer een instrumentafweging, kunnen onderbouwd worden door procesbegeleiding en door studies met betrekking tot de verschillende functies, kenmerken en gebruiken van het gebied waarop het project, plan of programma betrekking heeft. Dat houdt in dat de verschillende functies, kenmerken en gebruiken die in het gebied voorkomen, mee in overweging worden genomen bij het bepalen en het uitwerken van de gewenste maatregelen en de instrumenten die daarvoor ingezet kunnen worden, als die functies, kenmerken en gebruiken kunnen worden beïnvloed door de in het project, plan of programma gevraagde inrichting of gevraagde beheer van de ruimte.

Art. 4.2.6.
Een mogelijke studie als vermeld in artikel 4.2.5 is een landbouweffectenrapport. Een landbouweffectenrapport kan worden opgemaakt om het effect op de landbouw te onderzoeken van projecten, plannen of programma's.
Het landbouweffectenrapport is een rapportage van het onderzoek naar de effecten van projecten, plannen of programma's op de landbouw in zijn geheel en op de individuele landbouwbedrijven.
De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot de landbouweffectenrapportage.

Hoofdstuk 3.
Instanties en personen die belast kunnen worden met de uitvoering van inrichtingsnota's


Art. 4.2.7.
De artikelen 3.3.7 tot en met 3.3.10 zijn van overeenkomstige toepassing op de inrichtingsnota's.

Hoofdstuk 4.
De financiering


Art. 4.2.8.
De Vlaamse Regering, het provinciebestuur of het gemeentebestuur staat in voor de financiering van de opmaak en de uitvoering van de inrichtingsnota, alsook voor de financiering van de procesbegeleiding en de opmaak van de studies, vermeld in artikel 4.2.5 en 4.2.6.
Als het agentschap gevraagd wordt om de inrichtingsnota op te maken of betrokken is bij de toepassing van de instrumenten, vermeld in deel 2, rekent het daarvoor werkingsmiddelen aan, aan de Vlaamse Regering, het provinciebestuur of het gemeentebestuur.