Art. 4.2.2.
Een inrichtingsnota bestaat ten minste uit de volgende elementen:
een beschrijving van de opties uit het project, plan of programma en van de gewenste maatregelen;
een instrumentafweging met het oog op het bereiken van de optimale mix gericht op het doelmatig, billijk en efficiënt inzetten van de beschikbare middelen voor de realisatie van het project, plan en programma;
de aanduiding of afbakening van het gebied waar een instrument wordt toegepast;
de motivering waarom een instrument wordt toegepast;
als het instrument erfdienstbaarheid tot openbaar nut wordt ingezet: de omschrijving van het algemeen nut waarvoor het instrument wordt toegepast;
een uitvoeringsprogramma en een financieringsplan.