Deel 7.
Slotbepalingen


Titel 1.
Wijzigingen betreffende de Vlaamse Grondenbank


Art. 7.1.1.
In artikel 5 van het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen, gewijzigd bij de decreten van 25 mei 2007 en 27 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt:
(...)
paragraaf 7 wordt vervangen door wat volgt:
(...)

Art. 7.1.2.
In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 mei 2007, 20 februari 2009, 27 maart 2009, 8 mei 2009, 23 december 2010 en 1 maart 2013, wordt aan hoofdstuk I van titel IV een artikel 12/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
(...)

Art. 7.1.3.
In titel IV van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 23 december 2010, wordt een hoofdstuk IV/1, dat bestaat uit artikel 15/2, ingevoegd, dat luidt als volgt:
(...)

Art. 7.1.4.
In artikel 19 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
aan § 1 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
(...)
aan § 2 wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:
(...)

Art. 7.1.5.
In titel IV van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 23 december 2010, wordt een hoofdstuk VI/1, dat bestaat uit artikel 19/1, 19/2 en 19/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
(...)

Art. 7.1.6.
In artikel 20 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
aan § 2 wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
(...)
aan § 3 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
(...)

Art. 7.1.7.
Op de overeenkomsten met betrekking tot een lokale grondenbank die werden gesloten tussen de Vlaamse Grondenbank en een administratieve overheid voor de inwerkingtreding van dit decreet blijven de bepalingen van de reeds gesloten overeenkomst van toepassing en worden niet vervangen door bepalingen van dit decreet.

Titel 2.
Wijzigingen van het oprichtingsdecreet van de Vlaamse Landmaatschappij


Art. 7.2.1.
Aan artikel 1bis, § 2, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006 en 22 december 2006, worden een punt 7° en een punt 8° toegevoegd, die luiden als volgt:
(...)

Art. 7.2.2.
In artikel 5 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006 en 22 december 20, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
(...)

Art. 7.2.3.
In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2013, wordt een artikel 10/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
(...)

Art. 7.2.4.
In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2013, wordt hoofdstuk VII, dat bestaat uit artikel 11 tot en met 14, opgeheven.

Art. 7.2.5.

§ 1

Op de projecten die op grond van hoofdstuk VII van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij zijn aangevat voor de inwerkingtreding van dit artikel, blijven de bepalingen van het voormelde decreet van toepassing zoals die geldig waren voor de inwerkingtreding van dit artikel.

§ 2

In afwijking van paragraaf 1 kunnen na de inwerkingtreding van dit artikel geen inrichtingsplannen meer worden opgemaakt met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2004 betreffende de procedure tot opmaak van landinrichtingsplannen en houdende opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juni 1996 houdende nadere regelen betreffende de landinrichting en houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 1998 houdende subsidiėring van de landinrichtingswerken. [De inrichtingsplannen worden opgemaakt als landinrichtingsplannen conform deel 3, titel 3, hoofdstuk 1 en hoofdstuk 3, van dit decreet.] De bepalingen van deel 1, deel 2 en deel 3, titel 4 en titel 5, van dit decreet zijn ook van toepassing op deze landinrichtingsplannen. Bijgevolg zijn de artikelen 9, tweede lid, tot en met artikel 17, van het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2004 niet van toepassing. De bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 1998 houdende subsidiėring van de landinrichtingswerken zijn niet van toepassing op deze landinrichtingsplannen.
In afwijking van paragraaf 1 zijn de bepalingen van artikel 3.3.6 van dit decreet van toepassing als er nog geen planbegeleidingsgroep voor het inrichtingsproject landinrichting in kwestie is opgericht met toepassing van het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2004. Als er al een planbegeleidingsgroep voor het inrichtingsproject landinrichting in kwestie is opgericht met toepassing van het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2004, dan wordt die planbegeleidingsgroep behouden en neemt hij de taken waar van de planbegeleidingsgroep als vermeld in artikel 3.3.6 van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Titel 3.
Wijzigingen betreffende de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening


Art. 7.3.1.
Aan artikel 2.2.2, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 worden een punt 8° en 9° toegevoegd, die luiden als volgt:
(...)

Art. 7.3.2.
Aan artikel 2.2.6, § 1, derde lid, van dezelfde codex wordt de volgende zin toegevoegd:
(...)

Art. 7.3.3.
Aan artikel 2.2.9, § 1, tweede lid, van dezelfde codex wordt de volgende zin toegevoegd:
(...)

Art. 7.3.4.
Aan artikel 2.2.13, § 1, tweede lid, van dezelfde codex wordt de volgende zin toegevoegd:
(...)

Art. 7.3.5.
Aan artikel 2.6.1, § 4, van dezelfde codex wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als:
(...)

Art. 7.3.6.
Aan artikel 2.6.5 van dezelfde codex wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als:
(...)

Titel 4.
Wijzigingen van het decreet Grond- en pandenbeleid


Art. 7.4.1.
In artikel 2.1.3, § 1, tweede lid, 8°, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid wordt het woord “landinrichting” vervangen door de zinsnede “landinrichting als vermeld in het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting”.

Art. 7.4.2.
Aan artikel 6.2.4, 1°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede “, uitgezonderd de percelen die geregistreerd worden binnen de teeltgroep ‘geen cultuurgrond'” toegevoegd.

Art. 7.4.3.
In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2009, 9 juli 2010 en 23 december 2011, wordt een artikel 6.2.9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
(...)

Art. 7.4.4.
In artikel 6.2.11 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in het eerste lid worden de woorden “de persoon” telkens vervangen door de woorden “de eigenaar”;
er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
(...)

Art. 7.4.5.
Aan artikel 7.4.1, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt:
(...)

Titel 5.
Andere wijzigingen


Art. 7.5.1.
In artikel 23, § 1, tweede lid, d), van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 wordt de zinsnede “ter realisatie van landinrichtingsplannen zoals bedoeld in artikel 13 van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij” vervangen door de woorden “voor de verwezenlijking van de doelstellingen inzake landinrichting”.

Art. 7.5.2.
In artikel 36, § 2, 2°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu worden de woorden “richtplan van een landinrichtingsproject” vervangen door het woord “landinrichtingsproject”.

Art. 7.5.3.
In artikel 8, § 5, tweede lid, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
(...)

Art. 7.5.4.
Aan artikel 161 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2011, worden een punt 15° tot en met 17° toegevoegd, die luiden als volgt:
(...)

Art. 7.5.5.
In artikel 3, 4°, van het decreet van 27 maart 2009 houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut, wordt tussen de woorden “de inwerkingtreding van” en de woorden “een ruimtelijk uitvoeringsplan” de zinsnede “de gebruiksbeperkingen, veroorzaakt door” ingevoegd.

Art. 7.5.6.
In artikel 4, § 1, van hetzelfde decreet wordt tussen de woorden “de inwerkingtreding van de” en de woorden “bestemmingswijziging of overdruk” de zinsnede “gebruiksbeperkingen, veroorzaakt door een” ingevoegd.

Art. 7.5.7.
Aan artikel 6 van hetzelfde decreet wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
(...)

Art. 7.5.8.
In hetzelfde decreet wordt een artikel 10/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
(...)

Art. 7.5.9.
Deel 3 en de artikelen 7.2.2, 7.2.4, 7.2.5, 7.4.1 en 7.5.3 treden in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum en uiterlijk op 31 december 2016.

Art. 7.5.10.
De artikelen 7.4.2, 7.4.4, 7.5.5, 7.5.6 en 7.5.7 treden in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum en uiterlijk op 31 december 2016.