Afdeling 2.
Onderlinge verhouding tussen de algemene milieuvoorwaarden, de sectorale milieuvoorwaarden en de bijzondere milieuvoorwaarden, vermeld in artikel 72 en 113 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning


Art. 5.4.5.

De sectorale milieuvoorwaarden kunnen de algemene milieuvoorwaarden aanvullen of stellen bijkomende eisen.


De sectorale milieuvoorwaarden kunnen strenger zijn dan de algemene milieuvoorwaarden.


De sectorale milieuvoorwaarden kunnen om technische redenen in minder strenge zin afwijken van de algemene milieuvoorwaarden, in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald.


Art. 5.4.6.

De bijzondere milieuvoorwaarden, vermeld in artikel 72 en 113 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning vullen de algemene en sectorale milieuvoorwaarden aan of stellen bijkomende eisen.


De voormelde bijzondere milieuvoorwaarden kunnen strenger zijn dan de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, behalve als het andersluidend bepaald is door de Vlaamse Regering.


De voormelde bijzondere milieuvoorwaarden kunnen om technische redenen in minder strenge zin afwijken van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald in de algemene en sectorale milieuvoorwaarden.


Art. 5.4.6/1.

De omzetting met het oog op de naleving van de beste beschikbare technieken, van nieuwe of bijgewerkte BBT-conclusies en van maatregelen in omzetting van Europese richtlijnen of uit de door de Vlaamse Regering goedgekeurde plannen en programma’s voor wat betreft de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten gebeurt waar mogelijk en bij voorrang door middel van algemene of sectorale milieuvoorwaarden of andere sectorale regelgeving.

Met het oog op de omzetting, vermeld in het eerste lid, stelt de Vlaamse Regering voor de betrokken overheden beleidstaken en richtlijnen vast die aanwijzen welke voorschriften en normen hetzij via algemene of sectorale milieuvoorwaarden hetzij via bijzondere milieuvoorwaarden in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit worden opgelegd.


De richtlijnen over bijzondere milieuvoorwaarden vermelden de criteria in welke gevallen het aangewezen is een gerichte evaluatie uit te voeren met het oog op de eventuele toepassing van artikel 82, eerste lid, 2, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.


Art. 5.4.7. Tenzij anders bepaald door de Vlaamse Regering zijn de algemene en sectorale milieuvoorwaarden al dan niet na afloop van een door de Vlaamse Regering te bepalen overgangstermijn van toepassing op inrichtingen en activiteiten die op de datum van inwerkingtreding van het besluit houdende milieuvoorwaarden zijn vergund of waarvoor een meldingsakte bestaat. In afwijking hiervan blijven de strengere bijzondere milieuvoorwaarden uit de op die datum lopende vergunning of uit de geldende beslissing verder gelden.