Afdeling 1.
Algemene bepalingen


Onderafdeling 1.
Overheden die bevoegd zijn voor de kennisneming van en de beslissing over de vergunningsaanvraag


Art. 15.

§ 1.

De Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar is in eerste administratieve aanleg bevoegd voor de volgende aanvragen van [...]:

de Vlaamse projecten;
de projecten die uitsluitend mobiele of verplaatsbare inrichtingen of activiteiten omvatten als vermeld in artikel 5.1.1, 10°, van het DABM over twee of meer provincies.


De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen de gewestelijke omgevingsambtenaar over de vergunningsaanvraag kan beslissen.


De deputatie is voor haar ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor de volgende aanvragen van [...]:

de provinciale projecten;
de projecten die uitsluitend mobiele of verplaatsbare inrichtingen of activiteiten omvatten als vermeld in artikel 5.1.1, 10°, van het DABM over twee of meer gemeenten in hun provincie;
de projecten die in de eerste klasse ingedeelde inrichtingen of activiteiten omvatten die noch een Vlaams noch een gemeentelijk project of een onderdeel van een van beide zijn.


Het college van burgemeester en schepenen is voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van [...]:

de gemeentelijke projecten;
andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse Regering of de deputatie bevoegd is.

 

§ 2.

Van een vergunningsaanvraag voor de verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit, met uitzondering van de splitsing van een ingedeelde inrichting of activiteit, wordt kennisgenomen en wordt er een beslissing genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 bevoegd is voor het project waartoe de ingedeelde inrichting of activiteit behoort na verandering.


Van een vergunningsaanvraag voor de splitsing van een ingedeelde inrichting of activiteit wordt kennisgenomen en wordt er een beslissing genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 bevoegd is voor het project waartoe de ingedeelde inrichting of activiteit behoort voor de splitsing.


In afwijking van het eerste lid wordt van de vergunningsaanvraag die uitsluitend het slopen van een project of het herstel van de terreinen in hun oorspronkelijke staat en de daarvoor noodzakelijke exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit als voorwerp heeft, kennisgenomen en er wordt een beslissing over genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 en 3, eerste lid, bevoegd is voor het project.

 

§ 3.

Voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2 wordt als project beschouwd het geheel dat een bouwtechnisch en functioneel geheel vormt en waarbij in voorkomend geval de exploitatie een samenhangend technisch geheel vormt.

 

Een bedrijfswoning vormt samen met de bijhorende bedrijfsgebouwen één project.

 

§ 4.

De verandering van meerdere op zichzelf staande projecten [...] kan als een gezamenlijk project worden aangevraagd.


Van de vergunningsaanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt kennisgenomen en er wordt een beslissing over genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 bevoegd is voor de totaliteit van het project.

 

§ 5.

Voor de kennisneming van en de beslissing over een vergunningsaanvraag voor een project of voor de verandering van een project, waarvoor overeenkomstig de paragrafen 1, 2 of 4 het college van burgemeester en schepenen bevoegd is, is evenwel de deputatie bevoegd als het project of het project na verandering gelegen is op het grondgebied van twee of meer gemeenten.

 

§ 6.

Voor de kennisneming van en de beslissing over een vergunningsaanvraag voor een project of voor de verandering van een project, waarvoor overeenkomstig paragrafen 1, 2, 4 of 5 het college van burgemeester en schepenen dan wel de deputatie bevoegd is, is evenwel de Vlaamse Regering bevoegd als het project of het project na verandering gelegen is op het grondgebied van twee of meer provincies.

 

§ 7.

De vergunningsaanvraag die zowel betrekking heeft op de hernieuwing van de vergunning van bepaalde duur voor een project of voor een deel van een project als op de verandering ervan wordt ingediend bij de overheid die conform paragraaf 2 tot en met 6 bevoegd is.


Art. 15/1.

Voor de kennisneming van en de beslissing over een vergunningsaanvraag voor een project of voor de verandering van een project, waarvoor overeenkomstig artikel 15 het college van burgemeester en schepenen bevoegd is, is evenwel de deputatie bevoegd als voldaan is aan volgende twee voorwaarden:

voor het project moet een milieueffectrapport worden opgesteld en is er geen ontheffing van de rapportageverplichting verkregen;
het college van burgemeester en schepenen is initiatiefnemer en aanvrager van het project.


Voor de kennisneming van en de beslissing over een vergunningsaanvraag voor een project of voor de verandering van een project, waarvoor overeenkomstig artikel 15 de deputatie bevoegd is, is evenwel de Vlaamse Regering bevoegd
als voldaan is aan volgende twee voorwaarden:

voor het project moet een milieueffectrapport worden opgesteld en is er geen ontheffing van de rapportageverplichting verkregen;
de deputatie is initiatiefnemer en aanvrager van het project.

 


Onderafdeling 2.
Omgevingsvergunningscommissie


Art. 16.

§ 1.

In iedere provincie wordt een provinciale omgevingsvergunningscommissie opgericht die het college van burgemeester en schepenen en de deputatie advies verleent in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald.


Er wordt een gewestelijke omgevingsvergunningscommissie opgericht die de Vlaamse Regering advies verleent in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald.

 

§ 2.

De commissies zijn samengesteld uit een voorzitter, een secretaris, deskundigen en vertegenwoordigers van de instanties die bevoegd zijn om advies te geven. Het betrokken college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar maakt deel uit van de commissies met raadgevende stem behalve als de te behandelen aanvraag of het te behandelen beroep van het college uitgaat.


De deputatie en de Vlaamse Regering wijzen de voorzitter, de secretaris en de deskundigen aan die in de provinciale respectievelijk de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie zetelen.


De provinciale en de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie beschikken elk over een permanent secretariaat.

 

§ 3.

De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels voor de samenstelling en de werking van de provinciale en de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie.


Onderafdeling 3.
Soorten vergunningsprocedures


Art. 17.

§ 1.

Er bestaan twee onderscheiden procedures voor het verlenen van de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg, namelijk:

de gewone vergunningsprocedure, vermeld in afdeling 2;
de vereenvoudigde vergunningsprocedure, vermeld in afdeling 3.

 

§ 2.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure is van toepassing voor:

een beperkte verandering van een vergund project;
een project dat uitsluitend tijdelijke inrichtingen of activiteiten omvat als vermeld in artikel 5.1.1, 11°, van het DABM;
de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst, tenzij de wijziging of aanvulling van de indelingslijst tot gevolg heeft dat een milieueffectrapport of een omgevingsveiligheidsrapport moet worden opgesteld of een passende beoordeling moet worden uitgevoerd;
de types van projecten die door de Vlaamse Regering worden aangewezen.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de criteria waaronder de vergunningverlenende overheid vaststelt dat een verandering van een vergund project beperkt is als vermeld in het eerste lid, 1°.

 

§ 3.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure is niet van toepassing voor projecten waarvoor de vergunningsaanvraag minstens een van de volgende bijlagen moet

omvatten:

een milieueffectrapport;
een veiligheidsrapport;
een passende beoordeling als vermeld in artikel 36ter, § 3, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.