Art. 17.

1.

Er bestaan twee onderscheiden procedures voor het verlenen van de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg, namelijk:

1 de gewone vergunningsprocedure, vermeld in afdeling 2;
2 de vereenvoudigde vergunningsprocedure, vermeld in afdeling 3.

2.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure is van toepassing voor:

1 een beperkte verandering van een vergund project;
2 een project dat uitsluitend tijdelijke inrichtingen of activiteiten omvat als vermeld in artikel 5.1.1, 11, van het DABM;
3 de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst, tenzij de wijziging of aanvulling van de indelingslijst tot gevolg heeft dat een milieueffectrapport of een omgevingsveiligheidsrapport moet worden opgesteld of een passende beoordeling moet worden uitgevoerd;
4 de types van projecten die door de Vlaamse Regering worden aangewezen.

De Vlaamse Regering bepaalt de criteria waaronder de vergunningverlenende overheid vaststelt dat een verandering van een vergund project beperkt is als vermeld in het eerste lid, 1.

3.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure is niet van toepassing voor projecten waarvoor de vergunningsaanvraag minstens een van de volgende bijlagen moet

omvatten:

1 een milieueffectrapport;
2 een veiligheidsrapport;
3 een passende beoordeling als vermeld in artikel 36ter, 3, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.