Art. 29.

1.

Als het college van burgemeester en schepenen de bevoegde overheid is, en geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is maakt de gemeentelijke omgevingsambtenaar voor elke beslissing over een vergunningsaanvraag een verslag op, dat deel uitmaakt van het vergunningendossier. Het verslag toetst de aanvraag in voorkomend geval, aan de beoordelingsgronden bepaald bij of krachtens :
1 titel IV van de VCRO;
2 titel V van het DABM;
3 het decreet van 15 juli betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid.
4 het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
Het verslag omvat in voorkomend geval een voorstel van antwoord op de tijdens het eventuele openbaar onderzoek ingediende standpunten, opmerkingen en bezwaren.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt dit verslag ter beschikking van het college van burgemeester en schepenen uiterlijk tien dagen voor het verstrijken van de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde beslissingstermijn. Het college van burgemeester en schepenen geeft in haar motivering van de beslissing aan op welke wijze rekening wordt gehouden met het verslag. Als geen verslag wordt uitgebracht binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, kan het college van burgemeester en schepenen aan de vereiste van een verslag voorbijgaan.

2.

Paragraaf 1 is van overeenkomstige toepassing op de deputatie en de provinciale omgevingsambtenaar.