Onderafdeling 3.
Beslissing over een vergunningsaanvraag


Art. 32.

§ 1.

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, neemt een beslissing over een vergunningsaanvraag binnen een termijn van:

honderdenvijf dagen als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is;
honderdtwintig dagen als een advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.

 

§ 2.

De termijnen, vermeld in paragraaf 1, worden van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen:

als met toepassing van artikel 30, derde lid, een openbaar onderzoek georganiseerd wordt;
als toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13;

als de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft.


De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager verzonden vóór de einddatum van de normale beslissingstermijn.

 

§ 3.

De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan altijd in op de dag na de datum dat de vergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop de aanvraag is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten.

 

§ 4.

Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt de omgevingsvergunning geacht te zijn geweigerd.


In afwijking van het eerste lid, worden de termijnen, vermeld in paragraaf 1, als termijnen van orde beschouwd als de vergunningsaanvraag het gevolg is van een wijziging of aanvulling van de indelingslijst waardoor een milieueffectrapport of een omgevingsveiligheidsrapport moet worden opgesteld of een passende beoordeling moet worden uitgevoerd. In voorkomend geval mag de exploitatie worden voortgezet tot een definitieve beslissing wordt genomen over de vergunningsaanvraag.

 

§ 5.

De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een archeologienota die is ingediend ter bekrachtiging werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de bekrachtigde archeologienota is bezorgd. Als er geen bekrachtigde archeologienota is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd.

 

§ 6.

Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan pas verleend worden na goedkeuring over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad overeenkomstig artikel 31.

 

Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing niet heeft goedgekeurd, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd.

 

§ 7.

Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, geen beslissing kan nemen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn doordat de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, is de gemeente aan de aanvrager van de vergunning een eenmalige vergoeding van 5000 euro verschuldigd.

 

Binnen negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, vraagt de vergunningsaanvrager met een beveiligde zending de betaling van de eenmalige vergoeding aan de gemeente. Hij verwijst daarbij naar het dossier en naar zijn IBAN- en BIC-gegevens. De gemeente betaalt zonder verdere formaliteiten de eenmalige vergoeding aan de aanvrager.

 

Als de vergunningsaanvrager de betaling van de eenmalige vergoeding niet vraagt binnen de termijn van negentig dagen, vermeld in het tweede lid, wordt de aanvrager geacht afstand gedaan te hebben van zijn recht op de eenmalige vergoeding.


Art. 33.

De beslissing, vermeld in artikel 32, vermeldt de lasten en voorwaarden, met inbegrip van de bijzondere milieuvoorwaarden, die op het project van toepassing zijn. Voor de algemene en sectorale milieuvoorwaarden volstaat een verwijzing naar de regelgeving in kwestie.


Als de omgevingsvergunning voor een bepaalde duur wordt verleend, vermeldt de beslissing de duur van de vergunning en de reden daarvoor.


Als een omgevingsvergunning betrekking heeft op de verandering van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project, geeft de beslissing de geactualiseerde vergunningssituatie op het vlak van de exploitatie van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten weer. De bijzondere milieuvoorwaarden die als gevolg van hun tijdelijke karakter, van een veranderde exploitatie of van enige wettelijke of reglementaire bepaling geen uitwerking meer hebben, worden in de geactualiseerde vergunningssituatie niet vermeld.De Vlaamse Regering kan hierover verdere regels vaststellen.


Art. 34.

Met behoud van de toepassing van artikel 5.2.1, § 3 en § 4, van het DABM wordt de aktename van de melding in de beslissing geacht zonder voorwerp te zijn als een project bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, onderworpen is aan zowel de meldings- als de vergunningsplicht en de omgevingsvergunning uitdrukkelijk of stilzwijgend wordt geweigerd.


Art. 35.

Van een omgevingsvergunning mag gebruik worden gemaakt als de aanvrager niet binnen een termijn van vijfendertig dagen die ingaat na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep als vermeld in artikel 52.


De aanvrager mag onmiddellijk gebruikmaken van de omgevingsvergunning:

in de gevallen, vermeld in artikel 55, tweede lid;
als de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de omgevingsvergunning verleend heeft.

Art. 36. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de gewone vergunningsprocedure met inbegrip van de bekendmaking van de beslissing.