Onderafdeling 2.
Onderzoek van het project


Art. 59.

De Vlaamse Regering wijst de adviesinstanties aan die over een vergunningsaanvraag in beroep advies verlenen.


Het advies van het college van burgemeester en schepenen op het ambtsgebied waarvan de vergunningsaanvraag betrekking heeft, of van de gemeentelijke omgevingsambtenaar wordt altijd ingewonnen tenzij het beroep ingesteld is door het betrokken college.


Art. 60.

In de gevallen die de Vlaamse Regering bepaalt, vraagt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, de provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde het advies van de provinciale of de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie, vermeld in artikel 16, § 1. De provinciale of de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie vraagt de adviesinstanties, vermeld in artikel 59, eerste lid, en in voorkomend geval het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar, vermeld in artikel 59, tweede lid, om advies.


Als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie, vermeld in artikel 16, § 1, vereist is, vraagt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, de provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de adviesinstanties, vermeld in artikel 59, eerste lid, en in voorkomend geval het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar, vermeld in artikel 59, tweede lid, om advies.


Als met toepassing van het eerste lid een advies van een omgevingsvergunningscommissie, vermeld in artikel 16, § 1, vereist is, verlenen de adviesinstanties, vermeld in artikel 59, eerste lid, en in voorkomend geval het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar, vermeld in artikel 59, tweede lid, hun advies aan de omgevingsvergunningscommissie. De voormelde commissie verleent een geïntegreerd advies.


Art. 61.

De Vlaamse Regering stelt de adviestermijnen vast en kan de elementen bepalen waarop de adviezen moeten ingaan.


Als geen advies wordt uitgebracht binnen de vastgestelde termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn.


Art. 62.

De vergunningsaanvrager alsook elke beroepsindiener kan in tweede administratieve aanleg vragen om gehoord te worden door:

de provinciale of de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie, als een advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is;
de bevoegde overheid of de provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar, als een advies van een omgevingsvergunningscommissie niet vereist is.


De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen inzake de organisatie van en de vertegenwoordiging op de hoorzitting.


Art. 63.

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, onderzoekt de vergunningsaanvraag in haar totaliteit.


Art. 63/1.

Als de deputatie de bevoegde overheid is en er geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is, maakt de provinciale omgevingsambtenaar voor elke beslissing over een beroep een verslag op, dat deel uitmaakt van het vergunningendossier. Het verslag toetst de aanvraag, in voorkomend geval, aan de beoordelingsgronden, bepaald bij of krachtens:

1° titel IV van de VCRO;
2° titel V van het DABM;
3° het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid;
4° het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

Het verslag omvat, in voorkomend geval, een voorstel van antwoord op de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het eventuele openbaar onderzoek. 

 

De provinciale omgevingsambtenaar stelt dit verslag ter beschikking van de deputatie uiterlijk tien dagen voor het verstrijken van de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde beslissingstermijn. De deputatie geeft in haar motivering van de beslissing aan op welke wijze rekening wordt gehouden met het verslag. Als geen verslag wordt uitgebracht binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, kan de deputatie aan de vereiste van een verslag voorbijgaan.


Art. 64.

In beroep kunnen wijzigingen aan de vergunningsaanvraag worden aangebracht.


Het openbaar onderzoek over de gewijzigde vergunningsaanvraag is niet vereist als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

de wijzigingen doen geen afbreuk aan de bescherming van de mens of het milieu of de goede ruimtelijke ordening;
de wijzigingen komen tegemoet aan de adviezen of aan de standpunten, opmerkingen en bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek zijn ingediend;
de wijzigingen brengen kennelijk geen schending van de rechten van derden met zich mee.


Als niet voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, kan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, beslissen om over de gewijzigde vergunningsaanvraag een openbaar onderzoek te organiseren. In voorkomend geval wint ze het advies van de omgevingsvergunningscommissie, vermeld in artikel 16, § 1, of de adviezen, vermeld in artikel 59, alsnog, dan wel een tweede keer in.


Als niet voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, en de bevoegde overheid geen openbaar onderzoek heeft georganiseerd over de gewijzigde vergunningsaanvraag, houdt deze overheid bij haar beslissing geen rekening met de wijzigingen aan de vergunningsaanvraag.


Art. 65.

Als de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid had met toepassing van artikel 31, maar hetzij geen beslissing heeft genomen over de zaak van de wegen hetzij een weigeringsbeslissing heeft genomen en er beroep is ingesteld tegen de vergunningsbeslissing, roept de provinciegouverneur op verzoek van de deputatie respectievelijk de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar, de gemeenteraad samen. De gemeenteraad neemt een beslissing over de zaak van de wegen en deelt die beslissing mee binnen een termijn van zestig dagen vanaf de samenroeping door de provinciegouverneur.