Onderafdeling 3.
Beslissing over het ingestelde beroep


Art. 66.

§ 1.

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, neemt een definitieve beslissing over de vergunningsaanvraag binnen een termijn van:

honderdtwintig dagen als de aanvraag in eerste administratieve aanleg overeenkomstig de gewone vergunningsprocedure behandeld werd;
zestig dagen als de aanvraag in eerste administratieve aanleg overeenkomstig de vereenvoudigde vergunningsprocedure behandeld werd.

 

§ 2.

Met behoud van de toepassing van paragraaf 2/1 wordt de beslissingstermijn van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen:

als met toepassing van artikel 64, derde lid, een openbaar onderzoek georganiseerd wordt;
als toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13;
als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft en de gemeenteraad in de loop van de beroepsprocedure samengeroepen wordt met toepassing van artikel 65.


De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager en de beroepsindiener verzonden vóór de einddatum van de beslissingstermijn.

 

§ 2/1.

Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 wordt de beslissingstermijn op gemotiveerd verzoek van de vergunningsaanvrager eenmalig met zestig dagen verlengd.


De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager en de beroepsindiener verzonden vóór de einddatum van de beslissingstermijn.

 

§ 3.

De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan altijd in op de dag na de datum dat het laatste beroep ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop het laatste beroep is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten, waarbij de meest recente datum geldt.


Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt het beroep of worden de beroepen geacht te zijn afgewezen en wordt de bestreden beslissing als definitief aanzien.

 

§ 4.

Artikel 33 en 34 zijn van overeenkomstige toepassing op de beslissing.

 

§ 5.

De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een archeologienota die is ingediend ter bekrachtiging werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de bekrachtigde archeologienota is bezorgd. Als er geen bekrachtigde archeologienota is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd.


Art. 67. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de procedure in laatste administratieve aanleg.