Onderafdeling 1.
Omgevingsvergunning op proef


Art. 69.

1.

De bevoegde overheid kan voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project waarvoor geen vergunningsplichtige stedenbouwkundige handeling is vereist, een omgevingsvergunning op proef verlenen voor minimaal zes maanden en ten hoogste twee jaar om na te gaan of de exploitatie na de proefperiode verder aanvaardbaar is voor de mens en het milieu.

2.

Voor het verstrijken van de proefperiode neemt de vergunningverlenende overheid een beslissing over de verdere exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.


Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, geen beslissing neemt voor het verstrijken van de proefperiode, wordt de omgevingsvergunning geacht te zijn geweigerd.


Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, geen beslissing neemt voor het verstrijken van de proefperiode van een door haar verleende omgevingsvergunning op proef, wordt de bestreden beslissing uit eerste administratieve aanleg als definitief beschouwd.

3.

De Vlaamse Regering stelt de procedure vast voor de uitspraak na de proefperiode.