Afdeling 1.
Schorsing of opheffing van de omgevingsvergunning voor wat betreft de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit


Art. 92.

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, kan de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit volledig of gedeeltelijk schorsen of geheel of gedeeltelijk opheffen als de algemene, de sectorale of de bijzondere milieuvoorwaarden niet worden nageleefd.

 

De vergunninghouder of exploitant wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van het initiatief om de omgevingsvergunning te schorsen of op te heffen. De vergunninghouder of exploitant wordt gehoord op zijn verzoek.


Art. 93.

Tenzij de beslissing tot schorsing of opheffing van de omgevingsvergunning door de Vlaamse Regering is genomen, kan de vergunninghouder of exploitant tegen deze beslissing beroep instellen bij de Vlaamse Regering.

 

Het beroep schorst de beslissing.

 

De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het ingestelde beroep binnen een termijn van honderdtwintig dagen die ingaat, ofwel vanaf de dag na de datum dat de vergunninghouder of de exploitant op de hoogte wordt gebracht dat zijn beroep ontvankelijk en volledig is, ofwel bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop het beroep werd ingediend.


Als geen beslissing is genomen binnen de in het derde lid vastgestelde termijn wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd en vervalt de bestreden beslissing.


Art. 94.

Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, niet of onvolkomen optreedt, kan de Vlaamse Regering bij gemotiveerd besluit, op elk moment en ongeacht de indelingsklasse de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit volledig of gedeeltelijk schorsen of opheffen.


Art. 95. Als de bevoegde overheid de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit geheel of gedeeltelijk schorst of opheft, kan ze ook de omgevingsvergunning voor de stedenbouwkundige handeling die onlosmakelijk verbonden is met de exploitatie geheel of gedeeltelijk schorsen of opheffen. Als het een bestaande constructie betreft, is dit laatste slechts mogelijk als die constructie bouwfysisch niet geschikt is voor eenzelfde of een nieuwe functie.

Art. 96.

Als tegen een schorsing of opheffing als vermeld in artikel 92, geen beroep is ingesteld of als ze in laatste administratieve aanleg is bevestigd, wordt toepassing gemaakt van titel XVI van het DABM.