HOOFDSTUK 10.
Meldingen


Afdeling 1.
Algemene bepalingen


Art. 106. Een melding kan slechts gedaan worden voor meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen, een meldingsplichtige exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten die het project omvat of een combinatie hiervan.

Art. 107.

Het college van burgemeester en schepenen of zijn omgevingsambtenaar is bevoegd voor de aktename van meldingsplichtige handelingen en de meldingsplichtige exploitatie of de weigering ervan.


Onverminderd artikel 5.2.1 van het DABM geldt de omgevingsvergunning als aktename voor dat deel van het project dat meldingsplichtig is als tegelijkertijd uitspraak wordt gedaan over de vergunningsaanvraag en de melding.
In het geval de vergunning wordt geweigerd, wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.


Art. 108.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de wijze waarop de melding gebeurt, de procedure en de aktename, vermeld in afdeling 2 en 3 van dit hoofdstuk.


Afdeling 2.
Meldingsprocedure


Art. 109.

De melding wordt per beveiligde zending bezorgd aan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107.


Art. 110.

De exploitant van een ingedeelde inrichting of activiteit die meldingsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst, deelt binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de dag na de datum van de inwerkingtreding van die aanvulling of wijziging het bestaan van de exploitatie mee aan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107.

 

In afwijking van artikel 112 mag de exploitatie worden voortgezet.


Art. 111.

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:

artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;
artikel 4.2.2, § 1, en artikel 4.2.4 van de VCRO.

 

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, neemt een beslissing over de melding binnen een termijn van:

twintig dagen als de melding louter betrekking heeft op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse;
dertig dagen in alle andere gevallen.

 

Deze overheid stelt de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde termijn daarvan in kennis. De termijnen, vermeld in het tweede lid, gaan in op de dag na de datum van de melding.

 

Als geen beslissing is genomen en ter kennis gebracht aan de persoon die de melding heeft verricht binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, wordt de melding geacht te zijn geakteerd.


Art. 112.

Het project mag worden uitgevoerd of geëxploiteerd de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte dan wel de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de melding geacht wordt te zijn geakteerd .

 

De vervalregeling, vermeld in artikel 99 en 101, is van overeenkomstige toepassing op de meldingsakte.


Afdeling 3.
Kenmerken van de melding


Art. 113.

§ 1.

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, kan in de meldingsakte voorwaarden, met inbegrip van bijzondere milieuvoorwaarden, opleggen.

 

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, kan ook tijdens de exploitatie bijzondere milieuvoorwaarden opleggen aan de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit. In dat geval bezorgt de bevoegde overheid haar beslissing daartoe per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht.

 

§ 2.

De voorwaarden mogen de melding niet onevenredig beperken of verbieden.

 

De bijzondere milieuvoorwaarden worden opgelegd met het oog op de bescherming van de mens en het milieu tegen de gevolgen van de exploitatie. De bijzondere milieuvoorwaarden kunnen geen emissiegrenswaarden bevatten en niet afwijken van de beste beschikbare technieken als beschreven in de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, vermeld in titel V, hoofdstuk 4, van het DABM.