Afdeling 1.
Algemene bepalingen


Art. 106. Een melding kan slechts gedaan worden voor meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen, een meldingsplichtige exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten die het project omvat of een combinatie hiervan.

Art. 107.

Het college van burgemeester en schepenen of zijn omgevingsambtenaar is bevoegd voor de aktename van meldingsplichtige handelingen en de meldingsplichtige exploitatie of de weigering ervan.


Onverminderd artikel 5.2.1 van het DABM geldt de omgevingsvergunning als aktename voor dat deel van het project dat meldingsplichtig is als tegelijkertijd uitspraak wordt gedaan over de vergunningsaanvraag en de melding.
In het geval de vergunning wordt geweigerd, wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.


Art. 108.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de wijze waarop de melding gebeurt, de procedure en de aktename, vermeld in afdeling 2 en 3 van dit hoofdstuk.