Afdeling 4.
Procedure voor het bijstellen van de omgevingsvergunning, vermeld in afdeling 1 en 2, in eerste administratieve aanleg


Onderafdeling 1.
Ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek


Art. 87.

§ 1.

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, of de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt de ontvankelijkheid en volledigheid van het verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning.


Voor elk ambtshalve initiatief en elk verzoek tot bijstelling, vermeld in artikel 83, § 1, 1°, respectievelijk 83, § 1, 2°, b), dat niet de individuele toepassing van een door de Vlaamse Regering ter bescherming van de mens en het milieu goedgekeurd programma of plan als voorwerp heeft, evenals voor elk verzoek, vermeld in artikel 83, § 1, 2°, a), wordt door de omgevingsvergunningscommissie onderzocht of de aangevoerde motieven tot bijstelling kennelijk ongegrond zijn. Als de omgevingsvergunningscommissie bij haar onderzoek vaststelt dat het ambtshalve initiatief of het verzoek tot bijstelling uitsluitend gebaseerd is op motieven die kennelijk ongegrond zijn, wordt de procedure tot bijstelling definitief stopgezet.

 

§ 2.

Het resultaat van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en indien van toepassing, het resultaat van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, wordt bij beveiligde zending aan de verzoeker of aan het bestuursorgaan dat het ambtshalve initiatief heeft genomen, meegedeeld binnen een termijn van vijftig dagen vanaf de dag na de datum waarop het verzoek is ingediend.


De exploitant van de ingedeelde inrichting of activiteit wordt op dezelfde dag van de mededeling waarvan sprake in het eerste lid, op de hoogte gebracht van elk verzoek tot bijstelling dat hij niet zelf heeft ingediend evenals van elk initiatief tot ambtshalve bijstelling, voor zover ze niet onontvankelijk, onvolledig of indien van toepassing kennelijk ongegrond werden bevonden.

 

§ 3.

Als het verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning niet bij de bevoegde overheid werd ingediend, is artikel 22 van overeenkomstige toepassing.


Onderafdeling 2.
Onderzoek van het verzoek en het initiatief tot ambtshalve bijstelling van de omgevingsvergunning


Art. 88.

Het onderzoek van het verzoek en het initiatief tot ambtshalve bijstelling van de omgevingsvergunning gebeurt overeenkomstig de bepalingen van artikel 23 tot en met 27 en 29.

 

In afwijking van artikel 23 wordt voor een bijstelling van een project dat uitsluitend een tijdelijke inrichting omvat, geen openbaar onderzoek georganiseerd.


De omgevingsvergunningscommissie, vermeld in artikel 16, § 1, verleent een advies over:

de bijstelling van de in de omgevingsvergunning opgelegde milieuvoorwaarden, vermeld in artikel 82, in de gevallen die de Vlaamse Regering bepaalt;
de bijstelling van het voorwerp en de duur van de omgevingsvergunning, vermeld in artikel 83.


De exploitant is verplicht aan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, en de adviesinstanties die erom vragen, alle beschikbare gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het verzoek of ambtshalve initiatief tot bijstelling.


Onderafdeling 3.
Beslissing over het verzoek en het initiatief tot ambtshalve bijstelling van de omgevingsvergunning


Art. 89.

§ 1.

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, neemt een beslissing over het verzoek of het initiatief tot ambtshalve bijstelling van de omgevingsvergunning binnen een termijn van:

honderdenvijf dagen als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is;
honderdtwintig dagen als een advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.

 

§ 2.

De termijnen, vermeld in paragraaf 1, worden van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in het geval toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13.


De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager verzonden vóór de einddatum van de normale beslissingstermijn.

 

§ 3.

De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan in:

in het geval van een verzoek of een ambtshalve initiatief tot bijstelling als vermeld in artikel 82 en 83 dat niet van de exploitant uitgaat, de dag na de datum dat de exploitant in toepassing van artikel 87, § 2, tweede lid, op de hoogte wordt gebracht van het ontvankelijk, volledig of in voorkomend geval niet kennelijk ongegrond bevonden verzoek of ambtshalve initiatief;
in het geval van een verzoek tot bijstelling als vermeld in artikel 82 van de vergunninghouder of de exploitant, de dag na de datum dat hij op de hoogte wordt gebracht dat zijn verzoek ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de vijftigste dag na de datum waarop het verzoek tot bijstelling is ingediend.

 

§ 4.

Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt het verzoek of het initiatief tot ambtshalve bijstelling van de omgevingsvergunning geacht te zijn afgewezen.