Art. 87.

§ 1.

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, of de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt de ontvankelijkheid en volledigheid van het verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning.


Voor elk ambtshalve initiatief en elk verzoek tot bijstelling, vermeld in artikel 83, § 1, 1°, respectievelijk 83, § 1, 2°, b), dat niet de individuele toepassing van een door de Vlaamse Regering ter bescherming van de mens en het milieu goedgekeurd programma of plan als voorwerp heeft, evenals voor elk verzoek, vermeld in artikel 83, § 1, 2°, a), wordt door de omgevingsvergunningscommissie onderzocht of de aangevoerde motieven tot bijstelling kennelijk ongegrond zijn. Als de omgevingsvergunningscommissie bij haar onderzoek vaststelt dat het ambtshalve initiatief of het verzoek tot bijstelling uitsluitend gebaseerd is op motieven die kennelijk ongegrond zijn, wordt de procedure tot bijstelling definitief stopgezet.

 

§ 2.

Het resultaat van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en indien van toepassing, het resultaat van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, wordt bij beveiligde zending aan de verzoeker of aan het bestuursorgaan dat het ambtshalve initiatief heeft genomen, meegedeeld binnen een termijn van vijftig dagen vanaf de dag na de datum waarop het verzoek is ingediend.


De exploitant van de ingedeelde inrichting of activiteit wordt op dezelfde dag van de mededeling waarvan sprake in het eerste lid, op de hoogte gebracht van elk verzoek tot bijstelling dat hij niet zelf heeft ingediend evenals van elk initiatief tot ambtshalve bijstelling, voor zover ze niet onontvankelijk, onvolledig of indien van toepassing kennelijk ongegrond werden bevonden.

 

§ 3.

Als het verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning niet bij de bevoegde overheid werd ingediend, is artikel 22 van overeenkomstige toepassing.