Art. 89.

1.

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, neemt een beslissing over het verzoek of het initiatief tot ambtshalve bijstelling van de omgevingsvergunning binnen een termijn van:

1 honderdenvijf dagen als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is;
2 honderdtwintig dagen als een advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.

2.

De termijnen, vermeld in paragraaf 1, worden van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in het geval toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13.


De mededeling van de termijnverlenging wordt aan de aanvrager verzonden vr de einddatum van de normale beslissingstermijn.

3.

De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan in:

1 in het geval van een verzoek of een ambtshalve initiatief tot bijstelling als vermeld in artikel 82 en 83 dat niet van de exploitant uitgaat, de dag na de datum dat de exploitant in toepassing van artikel 87, 2, tweede lid, op de hoogte wordt gebracht van het ontvankelijk, volledig of in voorkomend geval niet kennelijk ongegrond bevonden verzoek of ambtshalve initiatief;
2 in het geval van een verzoek tot bijstelling als vermeld in artikel 82 van de vergunninghouder of de exploitant, de dag na de datum dat hij op de hoogte wordt gebracht dat zijn verzoek ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de vijftigste dag na de datum waarop het verzoek tot bijstelling is ingediend.

4.

Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt het verzoek of het initiatief tot ambtshalve bijstelling van de omgevingsvergunning geacht te zijn afgewezen.