Art. 388.

§ 1.

De vergunningen en milieuvergunningen die nog geldig waren alsook de milieuvergunningen die nog worden verleend op grond van de bepalingen van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, zijn geldig voor de vastgestelde duur, met behoud van de toepassing van artikel 43, 44 en 45ter van het voormelde decreet en artikel 390 van dit decreet.


Een melding van een derdeklasse-inrichting gedaan krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, blijft geldig.

 

§ 2.

De erkenningen die zijn of worden verleend op grond van de bepalingen die van toepassing zijn voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, blijven geldig voor de vastgestelde duur van de erkenning. Op de houders van die erkenningen kan binnen het voorwerp van hun erkenning een beroep worden gedaan.

 

§ 3.

De vergunning en de milieuvergunning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en de melding, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, worden voor de toepassing van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en titel V van het DABM beschouwd als de omgevingsvergunning respectievelijk de melding, waarvan akte is genomen.

 

Voor de toepassing van de bepalingen van titel V van het DABM wordt een erkenning als vermeld in paragraaf 2, beschouwd als een erkenning als vermeld in hoofdstuk 6 van dezelfde titel V.

 

Voor de toepassing van de bepalingen van titel V van het DABM wordt:

een afwijking als vermeld in paragraaf 1, derde lid, beschouwd als een afwijking vermeld in artikel 5.4.8 van dezelfde titel V;
een kennisgeving en een toelating als vermeld in paragraaf 1, derde lid, beschouwd als de kennisgeving en de toelating vermeld in artikel 5.5.2, § 1, van dezelfde titel V.

 

§ 4.

De bijzondere milieuvoorwaarden opgelegd in de milieuvergunning of in een besluit betreffende een in de derde klasse ingedeelde inrichting of activiteit blijven in de mate dat zij van toepassing waren of worden gebracht op de ingedeelde inrichting of activiteit van toepassing tot zij worden gewijzigd of opgeheven.


De krachtens artikel 20 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning door de Vlaamse Regering goedgekeurde algemene en sectorale milieuvoorwaarden blijven in de mate dat zij van toepassing waren of worden gebracht op de ingedeelde inrichting of activiteit van toepassing tot zij worden gewijzigd of opgeheven.


Artikel 5.4.5 en 5.4.6 van titel V van het DABM gelden uitsluitend voor milieuvoorwaarden die vanaf de datum van inwerkingtreding van titel V van het DABM door de Vlaamse Regering worden goedgekeurd respectievelijk door de bevoegde overheid worden opgelegd.


Artikel 5.4.7 van titel V van het DABM is niet van toepassing op algemene en sectorale milieuvoorwaarden die voor de datum van inwerkingtreding van titel V van het DABM door de Vlaamse Regering werden goedgekeurd.