Afdeling 6.
Wijzigingen van het Bosdecreet van 13 juni 1990


Art. 131.

In artikel 47, tweede lid, van het Bosdecreet van 13 juni 1990, vervangen bij het decreet van 21 oktober 1997 en gewijzigd bij de decreten van 10 maart 2006, 12 december 2008, 20 april 2012 en 11 mei 2012, worden de woorden “de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor ontbossing” vervangen door de woorden “de vergunningsplicht voor ontbossing”.


Art. 132.

In artikel 87, vijfde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 10 maart 2006, 7 december 2007, 20 april 2012 en 11 mei 2012, worden de woorden “de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor ontbossing” vervangen door de woorden “de vergunningsplicht voor ontbossing”.


Art. 133.

In artikel 90bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 oktober 1997, vervangen bij het decreet van 17 juli 2000 en gewijzigd bij de decreten van 21 december 2001, 7 december 2007, 12 december 2008, 23 december 2010 en 20 april 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1 in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden “een stedenbouwkundige vergunning” vervangen door het woord “een omgevingsvergunning”, worden de woorden “Een stedenbouwkundige vergunning voor ontbossing of een verkavelingsvergunning” vervangen door de woorden “Een omgevingsvergunning voor ontbossing of voor het verkavelen van gronden” en wordt de zinsnede “de artikelen 4.1.1, 5, 4.4.7, 2, en 4.7.1, 2,” vervangen door de zinsnede “artikel 4.1.1, 5, en artikel 4.4.7, 2,”;
2 in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden “stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing of de verkavelingsvergunning” vervangen door de woorden “omgevingsvergunning voor ontbossing of voor het verkavelen van gronden”;
3 in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden “stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing of een verkavelingsvergunning” vervangen door de woorden “omgevingsvergunning voor ontbossing of voor het verkavelen van gronden”;
4 in paragraaf 2, 1, worden de woorden “stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing” vervangen door de woorden “omgevingsvergunning voor ontbossing”;
5 in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden “De stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing” vervangen door de woorden “De vergunning tot ontbossing”;
6 in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden “de stedenbouwkundige vergunning tot ontbossen” vervangen door de woorden “de vergunning tot ontbossing”;
7 in paragraaf 5, derde lid, wordt de zinsnede “adviestermijn, zoals bepaald in artikelen 4.7.16 en 4.7.26, 4, 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening,” vervangen door de zinsnede “adviestermijn, vermeld in artikel 26 en 43 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning,”.