Afdeling 3.
Overgangsmaatregelen voor vergunningen met toepassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening


Art. 393.

Een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning of een verkavelingsvergunning, gedaan met toepassing van titel IV, hoofdstuk 7, van de VCRO, die is ingediend voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, wordt behandeld op grond van de bepalingen die geldig waren op het tijdstip waarop de aanvraag is ingediend.


Als een melding voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet verricht werd met toepassing van artikel 4.2.2 van de VCRO, wordt de melding behandeld overeenkomstig de bepalingen die geldig waren op het tijdstip waarop de melding werd ingediend.


Tot de datum van inwerkingtreding van het decreet betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtcolleges zijn de bepalingen van afdeling 2, 3, 5 en 6, van titel IV, hoofdstuk VIII, van de VCRO van overeenkomstige toepassing op de behandeling van beroepen tegen beslissingen betreffende een omgevingsvergunning, genomen in laatste administratieve aanleg.

 

Artikel 18, tweede lid, en artikel 106 zijn niet van toepassing voor aspecten van stedenbouwkundige handelingen waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van het decreet de melding is gebeurd of een vergunningsaanvraag werd ingediend waarvoor nog geen definitieve beslissing werd genomen of waarvoor een stedenbouwkundige vergunning werd of wordt verleend.