Afdeling 16.
Wijzigingen van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid


Art. 229.

In artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

 

1° in paragraaf 1, derde lid, wordt de zinsnede “stedenbouwkundig of planologisch attest, vermeld in artikelen 135, § 2, en 145ter, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening” vervangen door de zinsnede “planologisch of stedenbouwkundig attest, vermeld in artikelen 4.4.24 en 5.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening”;

 

2° in paragraaf 5, eerste lid, worden punt 1° en 2° vervangen door wat volgt:

“1° de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden van een project, vermeld in artikel 5, 1°, a) en b), van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;

 

2° als dat relevant is, gelet op het voorwerp van de vergunningsaanvraag, de omgevingsvergunning voor de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten van een project, vermeld in artikel 5, 1°, c), van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;”;

 

3° in paragraaf 5, tweede lid, 1°, wordt de zinsnede “in het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996” vervangen door de zinsnede “in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening”.


Art. 230.

In artikel 60, § 3, 2°, c), van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 16 juli 2010, wordt de zinsnede “de inrichtingen, vermeld in artikel 41bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning,” vervangen door de zinsnede “de GPBV-installaties, aangewezen in de indelingslijst, vermeld in artikel 7.2.1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid,”.