Afdeling 31.
Wijzigingen van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtcolleges


Art. 382. Aan artikel 2, 1, b), van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtcolleges worden de woorden “en waaraan tevens bevoegdheden toegekend worden bij artikel 105 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning” toegevoegd.

Art. 383.

In artikel 20 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:


“De decreten, vermeld in artikel 2, 1, b), bepalen welke personen belanghebbende zijn.”.


Art. 384.

In artikel 21 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:


“ 2. De leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, of bij hun afwezigheid hun gemachtigden die optreden met toepassing van artikel 105, 2, 5, respectievelijk 6, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning zijn vrijgesteld van de betaling van enig rolrecht, behalve in het geval de Vlaamse Regering de bevoegde overheid in eerste aanleg is.”.


Art. 385. Aan artikel 42, 2, derde lid, 1, van hetzelfde decreet worden de woorden “of van het Vlaamse milieurecht” toegevoegd”.