Besluit aanwijzing Vlaamse en provinciale projecten omgevingsvergunning
13 FEBRUARI 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten ter uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 1.

De Vlaamse projecten, vermeld in artikel 2, eerste lid, 11°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, worden aangewezen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.


Art. 2.

De provinciale projecten, vermeld in artikel 2, eerste lid, 9°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, worden aangewezen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.


Art. 3.

Artikel 2 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning treedt in werking tien dagen na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.


Art. 4. Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlagen.


Bijlage 1. Vlaamse projecten als vermeld in artikel 1

In deze bijlage wordt verstaan onder aanvragen:

de aanvragen voor stedenbouwkundige handelingen met inbegrip van de voor het functioneren noodzakelijke aanhorigheden en de eventueel met het project inherent verbonden natuur- en waterbergingscompensaties en landschappelijke integratiemaatregelen;
de aanvragen voor het exploiteren van ingedeelde inrichtingen of activiteiten.
de aanvragen voor kleinhandelsactiviteiten;
de aanvragen voor wijzigingen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

 

De Vlaamse Regering is bevoegd om in eerste administratieve aanleg een beslissing te nemen over aanvragen die minstens een van de volgende punten omvatten:

aanvragen door of in opdracht van publiekrechtelijke rechtspersonen met betrekking tot autosnelwegen en gewestwegen, met inbegrip van bruggen over en tunnels onder die wegen, met uitzondering van :
  a) aanvragen die louter strekken tot het vellen van bomen langs die wegen;
  b) aanvragen die louter betrekking hebben op dienstenzones langs autosnelwegen;
aanvragen met betrekking tot de volgende spoorwegen, en bruggen over en tunnels onder die spoorwegen:
  a) openbare spoorwegen voor het personen- en goederenvervoer met inbegrip van de perrons, de stelplaatsen en de stations;
  b) tramlijnen, metrolijnen en andere geleide openbaarvervoerssystemen met inbegrip van de perrons, de stelplaatsen en de stations;
aanvragen met betrekking tot luchthavens met een start- of landingsbaan van 800 meter of meer, ingediend door de luchthavenuitbater of door met de luchthavenuitbater verbonden vennootschappen in de zin van artikel 11 van het wetboek van vennootschappen, door luchthavenontwikkelingsmaatschappijen, door Belgocontrol of door het Directoraat-generaal Luchtvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;
aanvragen met betrekking tot het beheer of de veiligheid van het luchtverkeer, zoals radar- en surveillanceinstallaties, controletorens, satelliet- en navigatieapparatuur en meteorologische installaties;
aanvragen met betrekking tot de natte en droge infrastructuur met openbaar karakter van:
  a) waterwegen en onbevaarbare waterlopen van de eerste categorie en aanvragen met betrekking tot bruggen over en tunnels onder die waterwegen en waterlopen, met uitzondering van aanvragen die louter een lozing, overstort of watercaptatiepunt in die waterwegen en waterlopen voorzien;
  b) overstromingsgebieden langs die waterwegen of waterlopen of aangelegd door de beheerders van die waterwegen of waterlopen;
aanvragen met betrekking tot de natte [...] infrastructuur met openbaar karakter binnen de grenzen van de zeehavens van Oostende, Zeebrugge, Gent en Antwerpen, zoals afgebakend in een ruimtelijk uitvoeringsplan;
aanvragen die betrekking hebben op de maatregelen voor de versterking van de zeewering zoals opgenomen in het Masterplan Kustveiligheid;
aanvragen die betrekking hebben op monostortplaatsen voor baggerspecie en/of ruimingsspecie met een minimale capaciteit van 100.000 m3;
aanvragen met betrekking tot kerncentrales en installaties voor de berging en verwerking van splijtstoffen;
10° aanvragen met betrekking tot de volgende installaties voor de productie van elektriciteit:
  a) installaties met een vermogen van meer dan 1.000 MW, die aantakken op het openbare elektriciteitsnet;
  b) installaties voor het opwekken van elektriciteit door windenergie met een vermogen per windturbine van 1.500 kW of meer binnen de grenzen van de zeehavens van Oostende, Zeebrugge, Gent en Antwerpen, zoals afgebakend in een ruimtelijk uitvoeringsplan;
  c) installaties voor het opwekken van elektriciteit door windenergie vanaf vijf windturbines per aanvraag, met een vermogen per windturbine van 1.500 kW of meer, buiten de gebieden vermeld in punt b;
11° aanvragen met betrekking tot het transmissienet en het plaatselijke vervoersnet van elektriciteit;
12° aanvragen met betrekking tot installaties voor het opsporen en het winnen van koolwaterstoffen uit de ondergrond;
13° aanvragen met betrekking tot installaties voor het opsporen van potentiėle opslagcomplexen voor koolstofdioxide en met betrekking tot het geologisch opslaan van koolstofdioxide;
14° aanvragen met betrekking tot installaties voor het opsporen en winnen van aardwarmte vanaf een diepte van 500 meter ten opzichte van het TAW-referentiepunt (Tweede Algemene Waterpassing);
15° aanvragen met betrekking tot installaties voor waterwinning voor de openbare watervoorziening en het transport van water naar het openbaar distributienet;
16° aanvragen met betrekking tot infrastructuur met openbaar karakter voor het afvoeren van hemel-, oppervlakte- en afvalwater in functie van de bovengemeentelijke saneringsopdracht, met uitzondering van de waterzuiveringsinstallaties;
17° aanvragen met betrekking tot infrastructuur met openbaar karakter om vloeibare stoffen en gassen via een pijpleiding te vervoeren, met uitzondering van leidingen voor hemelwater, oppervlaktewater, afvalwater en water en met uitzondering van leidingen die tot het lokale openbare distributienet behoren;
18° aanvragen met betrekking tot afvalverbrandingsinstallaties met een capaciteit van minstens 50.000 ton/jaar;
19° aanvragen met betrekking tot gebouwen of gebouwencomplexen met een totale nuttige vloeroppervlakte, met uitsluiting van de nuttige vloeroppervlakte met de functies wonen, landbouw in de ruime zin en industrie en bedrijvigheid, van minstens 50.000 m2, gelegen buiten gemeenten met meer dan 200.000 inwoners;
20° aanvragen met betrekking tot golfterreinen van 18 holes of meer;
21° aanvragen met betrekking tot infrastructuur met openbaar karakter voor al dan niet draadloze communicatienetwerken voor radiocommunicatie, telefoonverkeer, televisie, internet of andere, die als een bovenlokaal netwerk functioneren;
22° [...]
23° aanvragen ingediend door de militaire overheid.

Bijlage 2. Provinciale projecten als vermeld in artikel 2

In deze bijlage wordt verstaan onder aanvragen:

de aanvragen voor stedenbouwkundige handelingen met inbegrip van de voor het functioneren noodzakelijke aanhorigheden en de eventueel met het project inherent verbonden natuur- en waterbergingscompensaties en landschappelijke integratiemaatregelen;
de aanvragen voor het exploiteren van ingedeelde inrichtingen of activiteiten.
de aanvragen voor kleinhandelsactiviteiten;
de aanvragen voor wijzigingen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.


De deputatie is bevoegd om in eerste administratieve aanleg een beslissing te nemen over aanvragen van projecten die minstens een van de volgende punten omvatten, voor zover het project noch een Vlaams project, noch een onderdeel van een Vlaams project is:

aanvragen met betrekking tot fietspaden die functioneren binnen een bovenlokaal fietsnetwerk, voor zover ze niet gelegen zijn langs een weg of waterweg;
aanvragen met betrekking tot de natte en droge infrastructuur met openbaar karakter van:
  a) onbevaarbare waterlopen van de tweede of de derde categorie en aanvragen met betrekking tot bruggen over en tunnels onder die waterlopen, met uitzondering van aanvragen die louter een lozing, overstort of watercaptatiepunt in die waterlopen voorzien;
  b) overstromingsgebieden langs die waterlopen of aangelegd door de beheerders van die waterlopen;
aanvragen met betrekking tot:
  a) recreatieve terreinen, beheerd door gewest of provincie;
  b) permanente omlopen voor motorvoertuigen of motorvaartuigen;
  c) golfterreinen met meer dan 8 holes en minder dan 18 holes;
aanvragen met betrekking tot ontginningsgebieden;
aanvragen met betrekking tot kleinhandelsactiviteiten met een netto handelsoppervlakte van meer dan 20.000 vierkante meter, gelegen buiten de gemeenten Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout;
aanvragen met betrekking tot installaties voor het opwekken van elektriciteit door windenergie tot en met vier windturbines per aanvraag, met een vermogen per windturbine van meer dan 1.500 kW, buiten de grenzen van de zeehavens van Oostende, Zeebrugge, Gent en Antwerpen, zoals afgebakend in een ruimtelijk uitvoeringsplan;
[...]