Art. 6.

Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :


" Art. 4. Na advies van de Commissie bepaalt de Koning :

1. de criteria voor de toekenning van de vervoervergunningen, die inzonderheid betrekking kunnen hebben op :
a. de veiligheid en de bedrijfszekerheid van het geÔnterconnecteerd net en de directe leidingen;
b. de professionele betrouwbaarheid en ervaring van de aanvrager, zijn technische en financiŽle capaciteit en de kwaliteit van zijn organisatie;
c. de interconnectie van het net, alsook het onderhoud en de verbetering van de interoperabiliteit van netten;
d. de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 15/11, 1į;
2. de procedure voor de toekenning van de vervoervergunningen, inzonderheid de vorm van de aanvraag, het onderzoek van het dossier en de vergoeding die hiervoor moet worden betaald, en de termijnen waarbinnen de minister moet beslissen en zijn beslissing aan de aanvrager moet meedelen;
3. de gevallen waarin de minister de vervoervergunning kan herzien of intrekken en de toepasselijke procedures;
4. wat er met de vervoervergunning gebeurt in geval van overdracht van de vervoerinstallatie of in geval van controlewijziging, fusie of splitsing van de houder en, in voorkomend geval, de te vervullen voorwaarden en de te volgen procedures voor het behoud of de hernieuwing van de vervoervergunning in deze gevallen.


De voorwaarden van de vervoersvergunningen, bedoeld in het eerste lid kunnen een onderscheid voorzien tussen de bouw en de exploitatie wanneer het gaat om aardgasvervoersinstallaties.".