Art. 15.

Een hoofdstuk IVsexies, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :


" Hoofdstuk IVsexies. - Reguleringsinstantie, geschillenregeling

 

Art. 15/14. § 1. De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit, opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999 krijgt als nieuwe benaming " Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas ", in het Duits " Elektrizitäts- und Gasregulierungskommission " en afgekort " CREG ".


§ 2. De Commissie is belast met een raadgevende taak ten behoeve van de overheid inzake de organisatie en werking van de gasmarkt, enerzijds, en met een taak van toezicht en controle op de toepassing van de betreffende wetten en reglementen, anderzijds.


Te dien einde zal de Commissie :

 

1. gemotiveerde adviezen geven en voorstellen voorleggen in de gevallen bepaald door deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
2. op eigen initiatief of op verzoek van de minister of van een gewestregering onderzoeken en studies uitvoeren in verband met de aardgasmarkt;
toezicht houden op de transparantie en de mededinging op de aardgasmarkt overeenkomstig artikel 15/14bis;
3°bis de objectief verantwoorde verhouding beoordelen tussen de prijzen en de kosten van een bedrijf, bedoeld in artikel 15/14ter;
advies geven aan het Bestuur Energie over de aanvragen tot het bekomen van leveringsvergunningen krachtens artikel 15/3 en controle uitoefenen op de naleving van de voorwaarden van deze vergunningen; een advies verstrekken aan dit bestuur over de aanvragen tot het bekomen van de vervoersvergunningen krachtens artikel 3
advies geven aan het Bestuur Energie over de prospectieve studie betreffende de zekerheid van de aardgasbevoorrading, overeenkomstig artikel 15/13, § 1;
6. de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoernetten goedkeuren met uitzondering van de tarieven bedoeld in de artikelen 15/5 tot 15/5decies, en de toepassing ervan door de vervoerondernemingen in hun respectieve netten controleren;
7. de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 15/11 controleren en evalueren;
8. de toepassing van de bepalingen van artikel 15/7 controleren en evalueren;
8bis. Overeenkomstig artikel 23bis van de wet van 29 april 1999 erop toezien dat de tarieven voor de levering van aardgas gericht zijn op het algemeen be lang en, in voorkomend geval, de maximumprijzen controleren die toepasselijk zijn op eindafnemers en op distributiebedrijven die eindafnemers, die geen in aanmerking komende afnemers zijn, bevoorraden;
9. de boekhouding van de ondernemingen van de aardgassector controleren, inzonderheid ter verificatie van de naleving van de bepalingen van artikel 15/12 en de afwezigheid van kruissubsidies tussen de activiteiten van vervoer, doorvoer distributie en opslag van aardgas;
9°bis de tarieven, bedoeld in de artikelen 15/5 tot 15/5decies, eerste lid, goedkeuren en de toepassing ervan door de vervoersondernemingen in hun respectieve netten controleren;
10° de afwezigheid van kruissubsidies tussen categorieën van afnemers verifiëren;
11. alle andere taken uitvoeren die haar door wetten en reglementen betreffende de organisatie van de aardgasmarkt worden toevertrouwd.
12. In de gevallen waarin deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan het advies van de Commissie vereisen, kan deze op eigen initiatief voorstellen doen.
12° er op toezien dat de met name technische en tarifaire toestand van de aardgassector alsook de evolutie van deze sector het algemeen belang beogen en kaderen in het algemene energiebeleid. De Commissie verzekert de permanente monitoring van de aardgasmarkt, zowel op het vlak van de marktwerking als op het vlak van de prijzen. De Koning kan, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels van de permanente monitoring van de aardgasmarkt nader bepalen;
13° toezien op de essentiële belangen van de consument en op de correcte toepassing van de openbare dienstverplichtingen door de betrokkene ondernemingen.

 

De Commissie brengt haar adviezen en voorstellen uit binnen veertig kalenderdagen na het verzoek ertoe, behalve wanneer de minister een langere termijn verleent. De minister kan een kortere termijn voorzien voor adviezen aangevraagd in het kader van artikel 23.


§ 3. Voor 1 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar maakt de commissie aan de minister een verslag over met betrekking tot :

 

de uitvoering van haar opdrachten;
de staat van haar werkingskosten en de wijze waarop zij gedekt zijn, met inbegrip van een overzicht van activa/passiva;
de evolutie van de aardgasmarkt. De minister maakt dat jaarverslag over aan de federale wetgevende kamers en aan de gewestregeringen. Hij zorgt voor een passende bekendmaking van het verslag.

 

§ 4. In het kader van de uitvoering van de taken die haar zijn toegewezen ter uitvoering van § 2, tweede lid, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 9°bis en 11°, kan de Voorzitter van het directiecomite´ van de Commissie de bijstand vorderen van de ambtenaren van het Bestuur Energie en van het Bestuur Economische Inspectie van het Ministerie van Economische Zaken, die aangewezen zijn overeenkomstig artikel 18, vijfde lid.

 

Art.15/14bis. De Commissie ziet er op toe dat elke aardgasonderneming, die aardgas levert aan in België gevestigde afnemers zich onthoudt, afzonderlijk of in overleg met meerdere andere aardgasondernemingen, van elk anti-competitief gedrag of oneerlijke handelspraktijken die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende aardgasmarkt in België.


Indien de Commissie bij de uitoefening van haar toezichts- of controletaken oneerlijke handelspraktijken of een anti-competitief gedrag vaststelt, maakt zij, op eigen initiatief, een rapport over aan de minister, met haar bevindingen en desgevallend elke maatregel waarvan zij het nodig acht dat die genomen wordt door haarzelf of door elke andere bevoegde overheid om de oneerlijke handelspraktijken of het anti-competitief gedrag die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende aardgasmarkt in België te verhelpen.


De Commissie geeft de veronderstelde inbreuken aan bij de Raad voor de Mededinging, zendt het rapport over dat ze aan de minister heeft overgezonden, en deelt deze Raad ook de noodzakelijke vertrouwelijke informatie mede.


Wat betreft de oneerlijke handelspraktijken, kan de Koning, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de dringende maatregelen nader bepalen die de Commissie toegelaten wordt te nemen.


De Commissie kan adviezen formuleren en elke maatregel voorstellen die de goede werking en de transparantie op de markt verhoogt en die van toepassing is op alle aardgasondernemingen, actief in België.

 

Art 15/14ter. § 1. De prijzen van een aardgasonderneming dienen op een objectief verantwoorde wijze in verhouding te staan tot de kosten van de onderneming. De Commissie beoordeelt deze verhouding door ondermeer de kosten en de prijzen van genoemde onderneming te vergelijken met de kosten en de prijzen van vergelijkbare ondernemingen, indien mogelijk ook op internationaal vlak.


§ 2. Als een aardgasonderneming een verbonden onderneming is, wordt misbruik van machtpositie vermoed indien het discriminatoire prijzen en/of voorwaarden aanbiedt aan niet-verwante ondernemingen.


§ 3. Indien de Commissie vaststelt dat er geen objectief verantwoorde verhouding bestaat zoals bedoeld in § 1, maakt zij, op eigen initiatief, een rapport over aan de minister dat haar bevindingen weergeeft en de maatregelen die zij aanbeveelt.


De Commissie geeft de veronderstelde inbreuken aan bij de Raad voor de Mededinging, zendt het rapport over dat ze aan de minister heeft overgezonden en deelt deze Raad ook de noodzakelijke vertrouwelijke informatie mede.


Wat betreft de discriminatoire prijzen en/of voorwaarden betreft, kan de Koning, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de dringende maatregelen nader bepalen die de Commissie toegelaten wordt te nemen.

 

Wat betreft de prijzen, kan de Commissie adviezen formuleren en elke maatregel voorstellen die van toepassing is op alle aardgasbedrijven, actief in België.

 

Art. 15/15. § 1. Het aantal leden waaruit het directiecomité van de Commissie is samengesteld, wordt van vier naar zes gebracht.


§ 2. De directie voor marktcontentieux, bedoeld in artikel 25, § 1, 1°, van de wet van 29 april 1999 is eveneens verantwoordelijk voor de aangelegenheid bedoeld in artikel 15/14, § 2, tweede lid, 3°. De administratieve directie, bedoeld in artikel 25, § 1, 4°, van dezelfde wet, is verantwoordelijk voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 15/14, § 2, tweede lid, 2°.


§ 3. Binnen de Commissie worden twee nieuwe directies opgericht, te weten :

 

1. een directie voor de technische werking van de aardgasmarkt die inzonderheid verantwoordelijk is voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 15/14, § 2, tweede lid, 4° tot 8°;
2. een directie voor de controle op de prijzen en de rekeningen op de aardaardgasmarkt die inzonderheid verantwoordelijk is voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 15/14, § 2, tweede lid, 9° 9°bis en 10°.


§ 4. De Koning bepaalt volgens een forfaitaire verdeelsleutel het deel van de werkingskosten van de Commissie dat wordt gedekt door een vergoeding te betalen door de houders van vervoer- of leveringsvergunningen. Hij kan deze sleutel aanpassen in functie van de respectieve evolutie van de elektriciteits- en aardgasmarktten.

 

In afwachting dat aan het eerste lid uitvoering is gegeven, worden de vergoedingen bedoeld in het eerste lid betaald door de houders van gasvervoervergunningen of -toelatingen, bedoeld in artikel 3 van de gaswet.


Elk besluit dat wordt vastgesteld krachtens het eerste of tweede lid of krachtens artikel 25, § 3, eerste of tweede lid, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.


§ 5. De Koning bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van de bepalingen van dit artikel.


Art. 15/16. § 1. Bij de uitvoering van de taken die haar worden opgelegd, kan de Commissie van de aardgasondernemingen die actief zijn op de Belgische markt, alle nodige inlichtingen vorderen. De Commissie heeft toegang tot de boekhouding van de gasondernemingen, met inbegrip van de afzonderlijke rekeningen bedoeld in artikel 15/12, § 2, in de mate dit nodig is voor de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 15/14, § 2, voorzover zij haar aanvraag motiveert.

 

§ 1bis. Bij de uitvoering van de opdrachten die haar bij artikelen 15/14bis en 15/14ter worden toebedeeld, beschikt de Commissie bovendien over bevoegdheden en rechten die hierna beschreven zijn :

 

vanwege de aardgasbedrijven elke inlichting verkrijgen, onder
welke vorm ook, over materies die tot haar bevoegdheid en haar opdracht behoren binnen de dertig dagen na haar vraag;
van deze bedrijven verslagen verkrijgen over hun werkzaamheden of bepaalde aspecten ervan;
de informatie bepalen die haar regelmatig dient te worden meegedeeld en de periodiciteit waarmee deze informatie aan haar dient te worden overgemaakt;
bij weigering van het toezenden van de gevraagde informatie binnen de dertig dagen overgaan tot het ter plaatse kennisnemen van alle hoger bedoelde inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die haar zijn toegewezen en deze desgevallend kopiëren.


§ 2. Artikel 26, §§ 2 en 3, van de wet van 29 april 1999 is van toepassing op de gegevens die zijn verkregen bij de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 15/14, § 2.

 

Art.15/16bis. Op de ombudsdienst die is opgericht bij artikel 27 van de wet van 29 april 1999 kan een beroep worden gedaan voor geschillen tussen eindafnemers en leverings- of distributieondernemingen.


Art. 15/17. Op de bemiddelings- en arbitragedienst, ingericht door de Commissie, ter uitvoering van artikel 28 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, kan een beroep worden gedaan voor geschillen betreffende vervoers- en leveringsaangelegenheden. Deze geschillen kunnen met name de toegang tot de upstreaminstallaties of de toepassing van de gedragscode en de tarieven, bedoeld in de artikelen 15/5 tot 15/5decies, betreffen.

 

Art. 15/18. [...]

 

Art. 15/19. - De contracten die voor 1 juli 2004 zijn gesloten overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van de Richtlijn 91/296/EEG van de Raad van 31 mei 1991 betreffende de doorvoer van aardgas via de hoofdnetten blijven gelden en worden verder ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van die Richtlijn."