Art. 15/2bis.

§ 1

Onverminderd artikel 15/2quater kan de beheerder van het aardgasvervoersnet het beheer voor het in evenwicht houden van het aardgasvervoersnet aan een gemeenschappelijke onderneming, opgericht met één of meerdere beheerders van aardgasvervoersnetten van andere lidstaten, overdragen. Enkel de beheerder van het aardgasvervoersnet en de beheerders van de aardgasvervoersnetten van één of meerdere lidstaten, die gecertificeerd zijn overeenkomstig de artikelen 9 en 10, van de Richtlijn 2009/73/EG of die ontheven zijn van certificering overeenkomstig artikel 49, (6), van de Richtlijn 2009/73/EG, kunnen deelnemen aan de bedoelde gemeenschappelijke onderneming.

§ 2

De gemeenschappelijke onderneming wordt opgericht onder de vorm van een naamloze vennootschap met maatschappelijke zetel gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
De artikelen 8/3, § 1/1, derde tot vijfde lid, 8/4 en 8/5 zijn van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming.

§ 3

De gemeenschappelijke onderneming ontwerpt en implementeert een nalevingsprogramma met de maatregelen die moeten worden genomen om discriminerend en concurrentieverstorend gedrag uit te sluiten. Dit nalevingsprogramma noemt de specifieke verplichtingen op, die opgelegd zijn aan de werknemers, opdat de doelstelling van uitsluiting van discriminerend en concurrentieverstorend gedrag behaald wordt.
Het nalevingsprogramma bepaalt eveneens de te nemen voorzorgen door de gemeenschappelijke onderneming teneinde de vertrouwelijkheid te bewaren van de commerciële gegevens betreffende de netgebruikers actief in de balanceringszone waarvoor de gemeenschappelijke onderneming de verantwoordelijkheid draagt.
Het nalevingsprogramma wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het ACER na advies van de Commissie.
Elke wijziging van het nalevingsprogramma wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het ACER na advies van de Commissie.