Art. 15/2ter.

§ 1

De gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 15/2bis benoemt, na goedkeuring van de Commissie, een natuurlijke of rechtspersoon, “nalevingsfunctionaris” genoemd.
De Commissie kan de goedkeuring, als bedoeld in het eerste lid, weigeren vanwege een gebrek aan onafhankelijkheid of aan beroepsbekwaamheid.
Indien een aandeelhouder van de gemeenschappelijke onderneming een beheerder van een aardgasvervoersnet in een andere lidstaat is, die deel uitmaakt van een verticaal geļntegreerd bedrijf, mag de nalevings-functionaris in het jaar voor zijn benoeming door de gemeenschappelijke onderneming, direct noch indirect, een professionele activiteit of verantwoordelijkheid uitgeoefend hebben, geen belang of zakelijke betrekkingen gehad hebben met een vestiging van het verticaal geļntegreerd bedrijf dat functies van productie of levering verricht of een onderdeel daarvan en/of met de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen, andere dan de beheerder van een aardgasvervoersnet. Dit verbod geldt ook na beėindiging van de benoeming gedurende ten minste achttien maanden.
De voorwaarden betreffende het mandaat of de arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van de duur van zijn mandaat, van de nalevingsfunctionaris worden voor goedkeuring voorgelegd aan de Commissie. Deze voorwaarden waarborgen de onafhankelijkheid van de nalevingsfunc-tionaris, onder meer door hem te voorzien van alle middelen die nodig zijn om zijn taken te vervullen. Het mandaat van de nalevingsfunctionaris kan drie jaar niet overschrijden en mag hernieuwd worden.
Tijdens de volledige duur van zijn mandaat mag de nalevingsfunctionaris – direct noch indirect – een professionele positie, verantwoordelijkheid of belang hebben in de aandeelhouders van de gemeenschappelijke onderneming of in de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen.
De Commissie geeft instructie aan de gemeenschappelijke onderneming om de nalevingsfunctionaris in geval van gebrek aan onafhankelijkheid of beroepsbekwaamheid te ontheffen van zijn functie.

§ 2

De nalevingsfunctionaris woont alle relevante vergaderingen van de gemeenschappelijke onderneming bij, in het bijzonder wanneer het balanceringsmodel wordt behandeld, specifiek betreffende de tarieven, het balanceringscontract, de transparantie, de balancering, aankoop en verkoop van energie die nodig is voor het netevenwicht van de balanceringszone waarvoor de gemeenschappelijke onderneming verantwoordelijk is.
De nalevingsfunctionaris heeft zonder voorafgaande aankondiging toegang tot alle relevante gegevens, tot de kantoren van de gemeenschappelijke onderneming en tot alle informatie die voor de uitvoering van zijn taken noodzakelijk is.

§ 3

De nalevingsfunctionaris wordt belast met de volgende taken:
toezien op de tenuitvoerlegging van het nalevingsprogramma door de gemeenschappelijke onderneming;
opstellen van een verslag over de commerciėle en financiėle betrekkingen tussen de gemeenschappelijke onderneming en het verticaal geļntegreerde bedrijf of een onderdeel ervan en/of met de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen, anders dan de vervoersnetbeheerder. Zo nodig formuleert de nalevings-functionaris aanbevelingen over het nalevingsprogramma en somt de maatregelen op die zijn genomen in uitvoering van het nalevingsprogramma. Dit verslag wordt uiterlijk op 1 maart van elk jaar aan de Commissie meegedeeld;
de Commissie onverwijld in kennis stellen van elke inbreuk bij de uitvoering van het nalevingsprogramma.