Art. 41ter.

§ 1.

Met het oog op het behoud en de versterking van natuurwaarden is op niet-intensieve graslanden in bosgebieden, zoals aangeduid op de plannen, vastgesteld met toepassing van het decreet
betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, en op landbouwgronden gelegen in natuurgebieden, natuurontwikkelingsgebieden of natuurreservaten zoals aangeduid op de plannen vastgesteld met toepassing van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, elke vorm van bemesting verboden met uitzondering van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, waarbij twee grootvee-eenheden (GVE)per ha op jaarbasis worden toegelaten.


Als op percelen waar een bemestingsverbod als vermeld in het eerste lid geldt, geen grasland als hoofdteelt of als nateelt aanwezig is, wordt voor de toepassing van dit decreet, voor het betrokken perceel nul als bemestingsnorm toegekend.


Tot de vaststelling van de plannen, vermeld in paragraaf 4, kan in afwijking van het eerste lid op de potentieel belangrijke graslanden een supplementaire bemesting van maximaal 100 kg stikstof uit kunstmest per ha per jaar toegestaan worden, op voorwaarde dat daarover een beheerovereenkomst wordt afgesloten tussen de betrokken landbouwer en de Vlaamse Landmaatschappij, na advies van het Agentschap Natuur en Bos. Die beheerovereenkomst kan nog nadere beperkingen specificeren omtrent de toedieningsperiode van de kunstmest.

 

§ 2.

Er wordt ontheffing van het verbod, bedoeld in paragraaf 1, gegeven voor die percelen die op 1 januari 2015 een ontheffing hadden, in uitvoering van artikel 15ter, § 2, van het meststoffendecreet. Deze ontheffingen zijn eenmalig overdraagbaar, overeenkomstig de bepalingen van artikel 41bis, § 4, met dien verstande dat voor het beoordelen van de overdraagbaarheid van de ontheffingen rekening wordt gehouden met overdrachten van de ontheffingen die in het verleden gebeurd zijn, in toepassing van artikel 15ter van het meststoffendecreet.

 

§ 3.

Voor landbouwgronden in natuurgebieden, natuurontwikkelingsgebieden of natuurreservaten, zoals aangeduid op de plannen, vastgesteld met toepassing van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, wordt er ontheffing van het verbod, vermeld in paragraaf 1, gegeven voor die percelen die een huiskavel, als vermeld in artikel 15ter, § 7, van het Meststoffendecreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 23 december 2010, zijn.

 

§ 4.

In plannen conform artikel 48 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu kan gemoduleerd ontheffing worden verleend van het verbod op bemesting zoals bedoeld in paragraaf 1 tot maximum de bemestingsnormen, bedoeld in artikel 13.


In deze plannen kunnen de bemestingsnormen ter stimulering van verdergaande stappen inzake het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu mits vergoeding van de inkomstenverliezen, gemoduleerd verstrengd worden.