Onderafdeling IV.
Richtsnoeren voor het opstellen van de tariefmethodologie


Art. 4.1.32.

§ 1

De VREG stelt de tariefmethodologie op met inachtneming van de volgende richtsnoeren:
de tariefmethodologie is volledig en transparant, zodat het voor de distributienetbeheerders mogelijk is om hun tariefvoorstellen op basis van de tariefmethodologie op te stellen. Ze bevat de elementen die verplicht zijn in het tariefvoorstel. Ze definieert rapporteringsmodellen die de distributienetbeheerders moeten gebruiken;
onverminderd de mogelijkheid om conform artikel 4.1.33, § 4, de tariefmethodologie tussentijds te herzien, stelt de tariefmethodologie het aantal jaren vast van de reguleringsperiode die aanvangt op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de VREG de tariefmethodologie heeft vastgesteld;
de criteria voor de verwerping van kosten zijn niet-discriminerend en transparant;
de tarieven zijn niet-discriminerend en proportioneel;
de tarieven zijn een afspiegeling van de werkelijk gemaakte kosten, voor zover deze overeenkomen met die van een efficiënte en structureel vergelijkbare distributienetbeheerder;
de tarieven strekken ertoe een juist evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de gepresteerde diensten en de prijzen die door de netgebruikers worden gedragen [Dit wordt door de VREG onder andere gecontroleerd door middel van een vergelijking met distributienetactiviteiten in de andere gewesten en de buurlanden.];
de verschillende tarieven worden gevormd op basis van een uniforme structuur op het grondgebied dat de distributienetbeheerder beheert;
in geval van fusie of wijzigingen van distributienetbeheerders kunnen tot het einde van de op het moment van die fusie of van die wijzigingen lopende evenals de daaropvolgende reguleringsperiode in elke geografische zone verschillende tarieven verder worden toegepast;
de vergoeding van in de gereguleerde activa geïnvesteerde kapitalen moet de distributienetbeheerder toelaten om de noodzakelijke investeringen te doen voor de uitoefening van zijn opdrachten en maakt een toegang tot kapitaal mogelijk;
10°
de kosten voor de openbaredienstverplichtingen die worden opgelegd door of krachtens het decreet, en die niet worden gefinancierd door belastingen, taksen, subsidies, bijdragen en heffingen, worden op een transparante en niet-discriminerende wijze verrekend in de tarieven na controle door de VREG;
11°
de tariefmethodologie bepaalt de nadere regels voor de integratie en controle van de gestrande kosten, die bestaan uit de lasten voor het niet-gekapitaliseerde aanvullend pensioen of het pensioen van de publieke sector, die worden betaald aan personeelsleden die een gereguleerde distributieactiviteit hebben verricht, die verschuldigd zijn krachtens statuten, collectieve arbeidsovereenkomsten of andere voldoende geformaliseerde overeenkomsten, die werden goedgekeurd vóór 30 april 1999, of die worden betaald aan hun rechthebbenden of vergoed aan hun werkgever door een distributienetbeheerder, die in de tarieven kunnen worden opgenomen;
12°
de tariefmethodologie bepaalt de wijze van vaststelling van de positieve of negatieve saldi van de kosten, vermeld in 10° en 11°, en andere kosten of inkomsten die worden gerecupereerd of teruggegeven via de tarieven;
13°
de productiviteitsinspanningen die aan de distributienetbeheerders worden opgelegd mogen op korte en op lange termijn noch de veiligheid van personen en goederen noch de continuïteit van de levering in het gedrang brengen;
14°
de kruissubsidiëring tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten is niet toegestaan;
15°
de tariefmethodologie moedigt de distributienetbeheerders aan om hun efficiëntie te verbeteren, de integratie van de markt en de bevoorradingszekerheid te bevorderen en aan onderzoek en ontwikkeling te doen die nodig zijn voor hun activiteiten. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de uitvoering van hun investeringsplannen;
16°
de structuur van de tarieven bevordert het rationeel gebruik van energie en het rationeel gebruik van de infrastructuren;
17°
de tarieven zijn een realistische weergave van de kostenvoordelen die kunnen voortvloeien uit de aansluiting op en het gebruik van het distributienet door installaties die gebruikmaken van hernieuwbare-energiebronnen en gedistribueerde opwekking;
18°
de tarieven weerspiegelen de kostenbesparingen in distributienetten die worden behaald vanuit maatregelen die passen binnen het vraagzijdebeheer en kunnen een dynamische prijsstelling voor afnemers ondersteunen;
19°
de tarieven bevatten geen prikkels die de algehele efficiëntie, inclusief de energie-efficiëntie, aantasten van de productie, de distributie en de levering van elektriciteit of die de marktdeelname van de vraagrespons in verband met balancerings- en nevendiensten kunnen belemmeren. De tarieven geven wel prikkels voor de deelname van vraagzijdemiddelen aan het aanbod op georganiseerde elektriciteitsmarkten en voor de levering van ondersteunende diensten;
20°
de tarieven beletten netbeheerders of energiedetailhandelaren niet systeemdiensten beschikbaar te stellen voor vraagresponsmaatregelen, vraagzijdebeheer en gedistribueerde opwekking op georganiseerde elektriciteitsmarkten, met name:
a)
verschuiven van de belasting van piekperioden naar dalperioden omdat de eindafnemer rekening houdt met de beschikbaarheid van hernieuwbare energie, energie uit warmte-krachtkoppeling en verspreide opwekking;
b)
energiebesparing vanuit de vraagrespons van verspreide verbruikers door aggregatoren;
c)
vermindering van de vraag resulterend uit energie-efficiëntiemaatregelen die door aanbieders van energiediensten met inbegrip van bedrijven die energiediensten leveren, zijn genomen;
d)
de aansluiting op en verdeling van opwekkingsbronnen op lagere spanningsniveaus;
e)
de aansluiting van opwekkingsbronnen vanuit een locatie dichterbij het verbruik;
f)
energieopslag;
21°
bij de invoering van een capaciteitstarief houden de tarieven rekening met regionaal objectiveerbare verschillen.

§ 2

De VREG kan de kosten van de distributienetbeheerders controleren en in voorkomend geval verwerpen, in het licht van de toepasselijke wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen, en van de beoordelingscriteria, vermeld in paragraaf 1, 3°.