Onderafdeling I.
Algemene bepalingen


Art. 12.

§ 1

Meststoffen mogen enkel opgebracht worden op landbouwgrond of groeimedium en mogen niet geloosd of gestort worden in openbare rioleringen, in oppervlaktewateren, in grondwater, op openbare wegen, op bermen en op alle andere plaatsen die geen landbouwgrond of groeimedium zijn. De meststoffen moeten op landbouwgrond of op groeimedium op een milieukundig verantwoorde manier opgebracht worden overeenkomstig de codes van goede landbouwpraktijken.

 

In afwijking van het eerste lid mogen bij de bemesting van de plantput bij aanplantingen langs wegen of bij bosaanplantingen volgende meststoffen toch opgebracht worden:

stalmest;
champost;
traagwerkende meststoffen.

 

In afwijking van het eerste lid mogen bij het aanleggen en het onderhouden van tuinen, parken en plantsoenen, volgende meststoffen toch opgebracht worden:

stalmest;
champost;
kunstmest;
traagwerkende meststoffen;
andere vaste dierlijke meststoffen dan stalmest en champost, mits ze gehygiëniseerd werden en afkomstig zijn uit installaties die erkend zijn overeenkomstig verordening nr. 1069/2009;
gedroogde andere meststof afkomstig van een vergistingsinstallatie.

 

In de gevallen, vermeld in het tweede en het derde lid, is de hoeveelheid meststoffen die mag opgebracht worden, voor stikstof beperkt tot 170 kg N/ha en voor wat betreft fosfaat beperkt tot de overeenkomstige bemestingsnorm voor “Overige teelten met inbegrip van voederkool en bladrammenas” als vermeld in artikel 13, § 3, twaalfde lid.

 

In afwijking van het eerste lid is bemesting toegestaan op bermen en andere percelen die geen landbouwgrond zijn, op voorwaarde dat bemesting beperkt wordt tot bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, waarbij maximaal twee GVE per hectare op jaarbasis worden toegestaan.

 

De Vlaamse Regering kan extra voorwaarden verbinden aan de afwijkingen, vermeld in het tweede, derde en vijfde lid. De Vlaamse Regering kan nader bepalen welke meststoffen bedoeld zijn in het derde lid, 5° en 6°. De Vlaamse Regering kan nader bepalen op welke wijze landbouwers die gebruikmaken van de afwijking, vermeld in het vijfde lid, dat aan de Mestbank moeten melden.

 

§ 2

In afwijking van paragraaf 1 kan de Mestbank, bij gemotiveerd verzoek, de opbrenging van dierlijke mest toestaan bij de heraanleg van de bouw voor in het kader van infrastructuurwerken of andere cultuurtechnische werken. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen.

 

§ 3

Het gebruik van slib van rioolwaterzuiveringsinstallaties op landbouwgrond is verboden.