Hoofdstuk IIIbis.
Bijzondere bepalingen in verband met gefluoreerde broeikasgassen


Art. 7bis.

In de gevallen bepaald in de artikelen 11, lid 3, en 15, lid 4, van de Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006, kan de voor Leefmilieu bevoegde minister bij de Europese Commissie een onderbouwd verzoek indienen om een vrijstelling te verlenen overeenkomstig de in deze artikelen bepaalde voorwaarden.