Titel 6.
De melding


Hoofdstuk 1.
De samenstelling van een meldingsdossier en de meldingsprocedure


Art. 136.

§1. Conform artikel 109 van het decreet van 25 april 2014 wordt de melding met een beveiligde zending ingediend bij de bevoegde overheid vermeld in artikel 107 van het voormelde decreet.

 

De persoon die de melding verricht, gebruikt hiertoe:

het formulier, opgenomen in bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd; 
de in het formulier aangewezen addenda uit de addenda-bibliotheek die is opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

 

De melding omvat de gegevens die als verplicht in te vullen of bij te voegen voorgeschreven zijn in het formulier en de desbetreffende addenda.

 

De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu, zijn gemachtigd gezamenlijk het formulier en de addenda-bibliotheek, vermeld in het tweede lid, en de dossiersamenstelling te wijzigen, waarbij minstens de volgende gegevens worden gevraagd:

het voorwerp van de melding; 
de identificatiegegevens van de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden;
plannen;
de identificatiegegevens van de persoon die de melding verricht of de exploitant;
de identificatiegegevens van de architect als diens medewerking vereist is.

 

§2. Als de Vlaamse Regering de bevoegde overheid voor de melding is, is de gewestelijke omgevingsambtenaar bevoegd voor de aktename, vermeld in artikel 107, tweede lid, van het voormelde decreet, behalve als de gewestelijke omgevingsambtenaar geen delegatie heeft om zich over het vergunningsplichtige onderdeel van het project uit te spreken.


Art. 137. De melding van een meldingsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die onlosmakelijk verbonden is met de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk voor bewoning wordt gebruikt, wordt verricht door de eigenaar van het onroerend goed. In geval van mede-eigendom verricht de persoon die door de mede-eigenaars als beheerder is belast met het beheer van het goed, de melding.

Hoofdstuk 2.
Bekendmaking


Art. 138.

§ 1. De meldingsakte wordt bekendgemaakt door :

de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden, conform artikel 139;
de publicatie op de website, waarbij artikel 60, van overeenkomstige toepassing is;
de individuele kennisgeving conform artikel 140;
de analoge of digitale terinzagelegging van de meldingsakte in het gemeentehuis van de gemeente waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden, waarbij artikel 63, van overeenkomstige toepassing is.


§ 2. Het omgevingsloket stelt de tekst ter beschikking die gebruikt wordt voor de bekendmaking, vermeld in paragraaf 1, 1°.

 

De tekst, vermeld in het eerste lid, bevat minstens de volgende gegevens:

op welke meldingsplichten, vermeld in artikel 5, 2° van het decreet van 25 april 2014, de melding betrekking heeft;
de ligging van het voorwerp van de melding;
de naam van de persoon die de melding heeft verricht. Als de melding wordt ondertekend door een natuurlijk persoon namens een rechtspersoon, wordt alleen de naam van de rechtspersoon vermeld;
de overheid die akte heeft genomen;
het feit dat de aktename ter inzage ligt bij de gemeente;
de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen de aktename bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Art. 139.

§ 1. In de volgende gevallen wordt een affiche aangeplakt:

als er akte wordt genomen van de melding;
als de melding geacht wordt te zijn geakteerd.


De tekst van de aanplakking, vermeld in artikel 138, § 2, wordt met zwarte letters op een gele affiche van minimaal A2-formaat afgedrukt en wordt voorafgegaan door het opschrift ″BEKENDMAKING MELDINGSAKTE″.


§ 2. De affiche wordt aangeplakt voor de aanvang van de al dan niet stilzwijgend geakteerde handelingen of exploitatie. De affiche blijft hangen gedurende de periode van dertig dagen, die ingaat op de dag na de eerste dag van de aanplakking. De persoon die de melding verricht, brengt de gemeente op de startdatum van de aanplakking op de hoogte van die datum en verklaart daarbij dat de affiche conform de bepalingen van dit artikel is aangeplakt en aangeplakt zal blijven tot de laatste dag van de voormelde periode van dertig dagen. De startdatum wordt in het omgevingsloket ingevoerd.


De affiche wordt aangeplakt op een plaats waar het voorwerp van de melding paalt aan een openbare weg, of als het aan verschillende openbare wegen paalt, aan elk van die openbare wegen. Als het voorwerp van de melding niet paalt aan een openbare weg, wordt de affiche aangeplakt op een plaats aan de dichtstbijzijnde openbare weg.


Als de melding betrekking heeft op het openbaar domein, wordt de affiche aangeplakt aan elke zijde waar men van op de openbare weg de grens van het voorwerp van de melding bereikt.


De persoon die de melding heeft verricht, plakt de affiche aan op een schutting, op een muur of op een bord dat aan een paal bevestigd is, op de grens tussen het terrein of de toegang tot het terrein en de openbare weg en evenwijdig met de openbare weg, met de tekst gericht naar de openbare weg en op een maximumhoogte van twee meter.


De affiche is altijd goed leesbaar vanaf de openbare weg.


Art. 140.

Het bevoegde bestuur stelt zijn beslissing over de melding met een beveiligde zending ter beschikking van de persoon die de melding heeft verricht, binnen de termijn, vermeld in artikel 111, tweede en derde lid, van het decreet van 25 april 2014. Als de melding wordt geacht te zijn geakteerd, genereert het omgevingsloket na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 111, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014, een tekst die bevestigt dat er niet tijdig een beslissing genomen is of ter kennis gebracht is aan de persoon die de melding heeft verricht, met de gegevens, vermeld in artikel 138, § 2, tweede lid.
 

Uiterlijk tien dagen na de datum van de aktename of na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 111, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014, stelt het bevoegde bestuur de meldingsakte met een digitale zending ter beschikking van:

de afdeling van de VMM bevoegd voor grondwater als de melding betrekking heeft op indelingsrubriek 52 tot en met 56;
de nv Aquafin als de melding betrekking heeft op de indelingsrubrieken 3, 53.1 tot en met 53.5, 53.9 en 53.11;
de VLM als de melding betrekking heeft op de exploitatie van een inrichting of activiteit die ingedeeld is in een of meer van de indelingsrubrieken 9.3 tot en met 9.8 of 28.2. 

 

[..]


Hoofdstuk 3.
Bijstelling van de meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit


Art. 140/1.

De bijzondere milieuvoorwaarden die in de meldingsakte van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse zijn opgelegd, kunnen worden bijgesteld. De bijzondere milieuvoorwaarden kunnen van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden afwijken als die mogelijkheid in de algemene en sectorale milieuvoorwaarden uitdrukkelijk is vermeld voor vergunningsplichtige ingedeelde inrichtingen of activiteiten rekening houdend met artikel 113, § 2, van het decreet van 25 april 2014.