Art. 21.

Het is verboden meststoffen op of in de bodem te brengen, met uitzondering van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing:

  1. tot 5 m landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop;
  2. tot 10 m landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop die gelegen is in het Vlaams Ecologisch Netwerk;
  3. tot 10 meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop, als een steile helling grenst aan een waterloop.

De waterlopen, vermeld in het eerste lid, zijn de bevaarbare waterlopen en de onbevaarbare waterlopen van eerste, tweede en derde categorie, ingedeeld op grond van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen.