Onderafdeling VII.
Methoden voor het op of in de bodem brengen van meststoffen


Art. 22.

1

Bij bemesting mogen de opgebrachte meststoffen niet afspoelen.


Bij bemesting worden dierlijke mest en andere meststoffen emissiearm als volgt opgebracht:

1 op grasland met zode-injectie, sleepslangtechniek of sleufkouter;
2 op beteelde landbouwgronden die geen grasland zijn, met mestinjectie of sleepslangtechniek;
3 op niet-beteelde landbouwgrond met mestinjectie of met het in twee opeenvolgende werkgangen uitspreiden en inwerken van de mest, waarbij de mest binnen twee uur na het uitspreiden moet zijn ingewerkt op het perceel in kwestie. Op zaterdagen is het verplicht om de dierlijke mest onmiddellijk in te werken.

In afwijking van het tweede lid, worden de volgende meststoffen niet-emissiearm opgebracht:

1 spuistroom, gft-compost of groencompost;
2 vloeibare dierlijke mest en vloeibare andere meststoffen met een drogestofgehalte van maximaal 2 % die een lager gehalte hebben aan ammoniakale stikstof dan 1 kg NH4-N per 1 000 l of 1 kg NH4-N per 1 000 kg;
3


stalmest of champost die:
a) op grasland opgebracht wordt;
b) gebruikt wordt voor bepaalde houtige teelten;
c) in het voorjaar opgebracht wordt op landbouwgronden waarop wintergranen geteeld worden;
4 vaste dierlijke mest arm aan ammoniakale stikstof en vaste andere meststoffen arm aan ammoniakale stikstof die gebruikt wordt voor bepaalde houtachtige teelten.

In afwijking van het tweede lid, 3, worden de vaste dierlijke mest en vaste andere meststoffen die arm zijn aan ammoniakale stikstof binnen 24 uur na de opbrenging ingewerkt.


Om gebruik te maken van de afwijking, vermeld in het derde lid, 2, moet de Mestbank een attest hebben afgegeven dat bij de toediening van de meststoffen aanwezig is. Het attest wordt alleen afgegeven voor meststoffen waarvan het gehalte aan ammoniakale stikstof, vermeld in het derde lid, 2, bewezen is volgens een analyse, uitgevoerd door een erkend laboratorium. De kosten van de analyse zijn voor rekening van de aanvrager.


De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen ter uitvoering van dit artikel.

2

[...]

3.

De Vlaamse Regering kan bepalen dat onder welbepaalde voorwaarden voor wetenschappelijke proefnemingen de toelating gegeven kan worden om af te wijken van voorgaande paragrafen.